Oorsprong van het boeddhisme

Het boeddhisme is 2500 jaar geleden ontstaan op het Indiase subcontinent. Deze leer is afkomstig van Shakyamuni, ook wel bekend als Gautama Siddhartha.

Shakyamuni zette zich in om het middel te vinden waarmee de mens kan worden bevrijd van het universele lijden door geboorte en dood, een middel om geesteskracht te ontwikkelen. Zijn leerstellingen werden later gebundeld in soetra’s. Na zijn dood ontstonden er vele boeddhistische scholen die zijn leerstellingen verspreidden.

De Lotus Soetra staat hoog aangeschreven in de Mahayana-traditie die Oost-Azië bereikte. Hierin ligt nadruk op het bodhisattva-ideaal (het streven naar verlichting van zichzelf en anderen), en wordt uitgelegd dat alle mensen de levensstaat van boeddhaschap bezitten. Nichiren Daishonin, een Japanse priester in de 13e eeuw, besefte dat Shakyamuni’s intentie en mededogen het volledigst tot uitdrukking komen in de Lotus Soetra.

Het boeddhisme van Nichiren Daishonin

Wij, leden van SGI-NL, beoefenen de leer van Nichiren Daishonin, een priester die in 1222 in Japan werd geboren. Hij onderwees dat het reciteren van Nam-myoho-renge-kyo, de titel en essentie van de Lotus Soetra, de beoefening is die mensen in staat stelt verlichting te bereiken. Een van de grote doelen van het boeddhisme is dat alle levende wezens gelukkig worden en dat de mens zich bewust wordt van de onschendbaarheid en respectwaardigheid van het leven zelf.

In de boeddhistische leer staat de wet van oorzaak en gevolg centraal. Deze wet stelt dat iedere oorzaak die wij leggen (in gedachte, woord of daad) een effect creëert in ons eigen leven en dat van onze omgeving. Door ons geloof en onze beoefening kunnen wij ons innerlijk veranderen. We ontwikkelen de kwaliteiten die nodig zijn voor persoonlijke ontplooiing en willen daarmee bijdragen aan de positieve ontwikkeling van de samenleving.