Het leven van Nichiren Daishonin

De leden van de SGI volgen de leer van Nichiren Daishonin, een boeddhistische monnik die in de 13e eeuw in Japan leefde. Nichirens ouders waren vissers, een beroep dat een zeer lage status had. Hij werd geboren in een tijd die geteisterd werd door rampen en sociale onrust; vooral gewone mensen leden ondragelijk.

Jeugdjaren

Op twaalfjarige leeftijd verliet Nichiren zijn ouders om in de nabijgelegen tempel Seicho-ji te gaan studeren. Hij ontdekte veel tegenstrijdigheden tussen de talloze soetra’s of leerstellingen. Diep begaan met het lot van de mensen nam hij het besluit de wijste man van Japan te worden. Na een intensieve studie van de boeddhistische soetra’s kwam hij tot de slotsom dat de Lotus Soetra de kern van de verlichting van de Boeddha bevatte, en dat hierin de sleutel te vinden was tot het veranderen van lijden in geluk. De Lotus Soetra verklaart dat alle mensen, ongeacht geslacht, afkomst of sociale status, de eigenschappen van de Boeddha bezitten en daarom het hoogste respect verdienen.

Nam-myoho-renge-kyo

Uit zijn studie van de Lotus Soetra destilleerde Nichiren het reciteren (of chanten) van Nam-myoho-renge-kyo als een universele beoefening die mensen in staat stelt de boeddhanatuur in hun leven naar buiten te brengen en de wijsheid en kracht te vinden om iedere tegenslag of ieder probleem te overwinnen. Nichiren benadrukte dat iedereen gelukkig kan worden en verlichting kan bereiken en zag de Lotus Soetra als het middel waarmee de mensen dit kunnen realiseren. Op 28 april 1253 chantte hij voor het eerst Nam-myoho-renge-kyo. Later tekende hij de gohonzon op, het voorwerp van toewijding dat mensen helpt hun verlichte boeddhanatuur gewaar te worden.

Verzet tegen het gezag

Nichiren bekritiseerde de toen populaire boeddhistische stromingen die de belangen van een rijke minderheid verdedigden en het volk afhankelijk maakten. Hij riep de heersende machthebbers ter verantwoording en eiste dat zij verantwoordelijkheid namen voor het lijden van de bevolking. Zijn stelling dat de overheid er is voor de mensen en niet andersom was revolutionair voor die tijd. Niet alleen religieuze leiders voelden zich aangevallen, ook het wereldlijk gezag.

Rissho ankoku ron

In 1260, aan het begin van een reeks natuurrampen, schreef Nichiren zijn bekende werk Rissho ankoku ron (‘Over het vestigen van de correcte leer voor vrede in het land’). Hierin schrijft hij de oorzaak van die recente rampen toe aan het feit dat de mensen vertrouwden op onjuiste leerstellingen.

Hij presenteerde deze verhandeling aan de hoogste politieke autoriteit van Japan en verzocht hem met klem een openbaar debat te ondersteunen dat hij wilde voeren met vertegenwoordigers van verschillende boeddhistische stromingen. Deze oproep tot het voeren van een openbaar debat, iets wat Nichiren zijn hele leven zou blijven doen, werd genegeerd en hij werd door de overheid verbannen naar de verlaten kust van het schiereiland Izu.

Vervolgingen

In de daaropvolgende jaren zou hij vaker worden verbannen; er werd zelfs een poging gedaan hem te executeren op het strand van Tatsunokuchi bij Kamakura, de toenmalige zetel van de regering. In zijn beschrijving van deze gebeurtenis staat dat seconden voordat het zwaard van de beul hem zou raken, de hemel verlicht werd door een lichtend voorwerp – mogelijk een meteoriet – dat de ambtenaren zoveel angst aanjoeg dat zij de executie afgelastten. Nichiren werd verbannen naar het eiland Sado, waar hij te midden van extreem zware omstandigheden zoals kou en honger, doorging met het verspreiden van zijn leer en het schrijven van verhandelingen en brieven.

Nadat hem gratie was verleend, keerde Nichiren terug naar Kamakura. Vervolgens trok hij zich terug bij de berg Minobu, waar hij uitvoerig bleef schrijven om zijn visie op de Lotus Soetra uiteen te zetten en om zijn volgelingen, de mannen en vrouwen die hem regelmatig schreven om raad te vragen, aan te moedigen. Ook besteedde hij veel tijd aan het trainen van leerlingen.

Gedurende deze periode werden talloze volgelingen van Nichiren beschimpt en aangevallen. Zo werden er twintig boeren aangehouden en gemarteld; drie werden er onthoofd. Het feit dat zijn volgelingen zelfs met de dood voor ogen zo standvastig bleven in hun geloof, overtuigde Nichiren ervan dat zijn leer bewaard en beoefend zou worden na zijn eigen dood. Tot dan toe had hij voor individuele volgelingen een gohonzon opgetekend, maar nu tekende hij de Dai-Gohonzon op als symbool voor het geluk en de verlichting van de hele mensheid. Drie jaar later stierf hij van ouderdom.

Nalatenschap

Nichirens nalatenschap ligt in zijn onvermoeibare strijd voor het geluk van de mensen en zijn verlangen de samenleving te veranderen in een plek waar de waardigheid en de mogelijkheden van elk mens worden gerespecteerd. Vandaag de dag reciteren SGI-leden over de hele wereld tot een gedrukte kopie van de gohonzon die hij optekende. Zij bestuderen zijn brieven en verhandelingen om beter te begrijpen hoe ze het boeddhisme in het dagelijks leven kunnen toepassen voor hun eigen geluk en dat van de mensen om zich heen.