Negen bewustzijnslagen

De eerste vijf bewustzijnslagen zijn onze primaire zintuigen: zien, horen, ruiken, proeven en voelen; de zesde bewustzijnslaag is het verstand dat de informatie van de eerste vijf integreert; de zevende bewustzijnslaag is het, grotendeels onbewuste, oordelende zelf; de achtste bewustzijnslaag is de opslagruimte van karma; en de negende bewustzijnslaag is het fundamenteel zuivere bewustzijn, boeddhaschap.

De eerste zes bewustzijnslagen (zintuigen en de geest)

De eerste vijf bewustzijnslagen zijn onze primaire zintuigen: zien, horen, voelen, ruiken en proeven. We gebruiken ze om informatie te verzamelen over de wereld om ons heen en om te begrijpen wat daar gaande is. Zodra we zijn geboren, zien, horen, voelen, ruiken en proeven we.

Geleidelijk aan ontwikkelen we ons en leren onderscheid te maken tussen bijvoorbeeld warm en koud, licht en donker etc. Dit is de zesde bewustzijnslaag of de geest zoals we die doorgaans ervaren; de functie hiervan is om alles wat via de zintuigen tot ons komt, te onderscheiden en te begrijpen. Door de interactie van deze eerste zes bewustzijnslagen kunnen wij onze dagelijkse bezigheden uitvoeren.

De zevende bewustzijnslaag (het mano-bewustzijn)

De zevende bewustzijnslaag, oftewel het mano-bewustzijn, houdt verband met de onzichtbare abstracte wereld, en is gericht op de innerlijke, de spirituele wereld. Hierin wordt opgeslagen wat we in de loop van ons leven hebben aangeleerd. Door middel van deze bewustzijnslaag gaan we begrijpen wie wij zijn, wat onze sekse is, onze nationale identiteit enz. We worden in staat gesteld om morele oordelen en waardeoordelen te vormen: het is slecht om te doden, hij is een groot schrijver enz.

Maar de illusie dat de zevende bewustzijnslaag ons ware zelf is, is fundamentele onwetendheid, is het ontkennen van de onderlinge verbondenheid van alle wezens. Het feit dat men zichzelf ziet als een afzonderlijke entiteit, leidt tot discriminatie, tot destructieve arrogantie en het verwerven van materiële bezittingen en rijkdom die ver uitstijgen boven de primaire behoeftes van een mens.

Doordat we gehecht raken aan de wereld om ons heen, kan die in al haar complexiteit onze aandacht blijven vasthouden en blijven we onbewust van de werking van de diepere ‘lagen’ van ons bewustzijn. De ontwikkeling van de verschillende soorten therapie en hulpverlening in het Westen zouden we kunnen zien als een reactie op het feit dat velen zich willen bevrijden van een bepaalde conditionering die in hun leven plaatsvond en die is opgeslagen in de zevende bewustzijnslaag. In de Westerse cultuur is er eigenlijk alleen een begrip van deze eerste zeven bewustzijnslagen.

De achtste bewustzijnslaag (het karma-pakhuis)

In het boeddhisme kennen we de achtste bewustzijnslaag: een enorm pakhuis van alle oorzaken en gevolgen die invloed hebben op de manier waarop wij de wereld ervaren. Hier stapelt ons karma zich op, zowel het positieve als het negatieve karma. Het vormt ons uiterlijk, onze omstandigheden, reacties, voorspoed en tegenslag, ons werk, onze relaties, gezondheid, in feite elk aspect van ons leven. Wanneer er oorzaken worden gelegd door gedachten, woorden en daden, worden de latente gevolgen hiervan opgeslagen in dit bewustzijnsniveau.

Het is deze achtste bewustzijnslaag, het alaya-bewustzijn of karma-bewustzijn, dat van het ene naar het andere leven overgaat. Het karma uit vorige levens, waarmee wij dit leven geboren zijn, zorgt ervoor dat wij de wereld ervaren op basis van die inherente oorzaken. De achtste bewustzijnslaag ligt onder de laag van bewust denken, maar is bepalend voor elke handeling die wij verrichten; alle ervaringen uit ons huidige en onze vorige levens liggen hier opgeslagen. De achtste bewustzijnslaag vormt zo het raamwerk van een individueel leven.

De negende bewustzijnslaag (de boeddhanatuur)

Het concept van een negende bewustzijnslaag – de fundamentele werking van het leven zelf – die doordringt tot in het gehele universum, maakt nog geen deel uit van onze cultuur. Nichiren Daishonin noemt deze bewustzijnslaag de boeddhanatuur, oftewel Nam-myoho-renge-kyo. Het vormt de basis van alle levensfuncties en is bekend als het amala-bewustzijn of het ‘fundamenteel zuivere’ bewustzijn dat op het diepste niveau verbonden is met al het leven.

De achtste en negende bewustzijnslagen werken beide op het niveau van de fundamentele verbondenheid van al wat leeft. Als onze ogen het karma-bewustzijn en de negende bewustzijnslaag konden zien, dan zouden we ervaren dat al het leven door en door met elkaar verbonden is. De gewaarwording van een vast en geïsoleerd zelf, zoals die in de zevende bewustzijnslaag wordt gecreëerd, is dus onjuist. Het is een van de diepgewortelde illusies over de aard van het zelf.

Het beperkte ego van de zevende bewustzijnslaag verzet zich ertegen dat het leven zich uitstrekt. Een menselijk leven dat ‘in contact komt’ met de achtste bewustzijnslaag, breekt door de cocon van het kleine ego heen en opent zich voor het grotere zelf. In de zevende bewustzijnslaag ligt ook de angst voor de dood; opgesloten in de zevende bewustzijnslaag gaat het kleine ego ervan uit dat het zal verdwijnen en ophouden te bestaan na de dood.

Zo’n leven is niet in staat om te zien dat de achtste bewustzijnslaag een eeuwigdurende stroom van levensenergie is die van het ene leven overgaat naar het andere.

Wanneer we Nam-myoho-renge-kyo reciteren, welt er uit de negende bewustzijnslaag levenskracht op. De inherente oorzaken en latente gevolgen in de achtste bewustzijnslaag worden gezuiverd en de manier waarop onze zesde en zevende bewustzijnslagen functioneren, wordt verbeterd.

We beginnen met het leggen van nieuwe oorzaken in de achtste bewustzijnslaag; deze zijn nu gebaseerd op boeddhaschap. Het zijn de oorzaken van moed, compassie en wijsheid. Omdat we de andere acht bewustzijnslagen zuiveren, gaan we beter zien, horen, ruiken, voelen en proeven.

Onze zintuigen worden gevoeliger en we gaan zowel de stoffelijke als de abstracte wereld met grotere helderheid waarnemen en beoordelen. Ook gaan we beseffen welke aspecten van ons leven ons ongelukkig maken of verhinderen dat we ons ware potentieel volledig ontwikkelen, en zuiveren we die aspecten in de loop van onze beoefening.