Compassie, moed en wijsheid

De beoefening van het boeddhisme gaat over het ontwikkelen van onze boeddhanatuur, oftewel het ontwikkelen van moed, wijsheid en compassie. Moed, wijsheid, levenskracht en compassie zijn de belangrijkste eigenschappen van de Boeddha.

Compassie wordt door mensen vaak gezien als medelijden, maar waar medelijden een neerbuigende klank kan hebben, komt compassie voort uit het besef van de onderlinge verbondenheid en gelijkwaardigheid van al het leven. Oprechte compassie is nodig om anderen te helpen kracht en moed in hun leven vrij te maken, zodat zij hun problemen zelf kunnen overwinnen.

Gelukkig leven

Iedereen wil het liefst een gelukkig leven leiden, wat niet makkelijk is in een samenleving waar krachten werkzaam zijn die haaks staan op deze wens. Er is geweld, de moedwillige vernietiging van het milieu en er zijn structuren die grote ongelijkheid tussen mensen in stand houden. Het boeddhisme werpt licht op de vraag welke dynamiek ervoor zorgt dat wij deze onwenselijke realiteit scheppen.

Een van de krachtigste en verderfelijkste menselijke verlangens is volgens de boeddhistische filosofie de zucht naar overheersing, de drang om andere mensen aan onze wil te onderwerpen. In deze levensstaat komt het ego ongebreideld en destructief tot uitdrukking, een ego dat anderen slechts beschouwt als middel tot het bevredigen van egocentrische behoeften. De menselijke natuur is de oorzaak van onze problemen, maar ook de oplossing.

Compassie

De tegenhanger van egoïsme en van het lijden dat erdoor wordt veroorzaakt, is compassie. Compassie, solidariteit met anderen en al het leven, wat voortkomt uit de wens om alles en iedereen te zien gedijen, is de essentie van het boeddhisme.

In de oorspronkelijke boeddhistische teksten in het Sanskriet wordt het beginsel compassie omschreven met de woorden maitri en anukampa. Maitri verwijst naar een gevoel van verwantschap met anderen; anukampa beschrijft een diepgaande empathie, die voortkomt uit de eigen ervaring van lijden, wat aanzet tot handelen. De boeddhistische compassie komt neer op het verlangen lijden te verlichten en vreugde te schenken. Compassie is geworteld in respect voor de inherente waardigheid van het leven, ons eigen leven en dat van anderen, en het verlangen die waardigheid te zien zegevieren.

Zoals Daisaku Ikeda, president van de SGI, schrijft, heeft “echte boeddhistische compassie niets te maken met sentiment of louter medelijden. Dit komt doordat sentiment of medelijden de andere persoon niet helpt een overwinning in het leven te behalen; het kan niet echt het lijden verlichten en vreugde schenken”.

Echte compassie is bedoeld om anderen te helpen sterk te worden en de kracht en moed die in hun eigen leven besloten ligt aan te boren, zodat zij in staat zijn hun problemen te overwinnen. Het kan een daad van compassie lijken een moeilijke situatie voor iemand anders op te lossen, maar werkelijke compassie is die persoon op zo’n manier te helpen, dat hij in staat is zijn probleem zelf te overwinnen.

Het kan zelfs zo zijn dat door iemands probleem op te lossen, hij juist zwakker en minder zelfstandig wordt. De essentie van compassie is mensen te helpen hun eigen kracht aan te spreken.

Wijsheid

Er is wijsheid voor nodig om anderen aan te moedigen op een manier die bij hen past. Compassie en wijsheid zijn dus innig met elkaar verbonden. Nichiren vestigde de beoefening van Nam-myoho-renge-kyo als een praktisch middel voor ons mensen om de kracht en het oneindige potentieel van onze menselijkheid naar buiten te brengen en met vertrouwen en vreugde door het leven te gaan.

Voor beoefenaars van het Nichiren Boeddhisme wordt dan ook het doorgeven van deze beoefening aan anderen gezien als een essentiële daad van compassie.

Een verandering in de samenleving kan alleen plaatsvinden door een verandering in het hart van de mensen. Een leven gebaseerd op compassie betekent een vurig geloof koesteren in het oneindige en inherente potentieel van anderen en onszelf. Wanneer wij te maken krijgen met mislukking en dwaasheid, is het makkelijk om het vertrouwen in onszelf en anderen te verliezen; een dergelijk gebrek aan vertrouwen in de mensheid is kenmerkend voor de wereld waar wij nu in leven.

De kern van de filosofie van het Nichiren Boeddhisme is te blijven geloven in de aangeboren goedheid en het oneindige potentieel van onszelf en van anderen. Het is ook het fundament van een krachtig optimisme waarop alle mensen hun acties kunnen baseren om een positieve verandering in de wereld tot stand te brengen.