Vredesvoorstel 2020 – Op weg naar onze gedeelde toekomst: het opbouwen van een tijdperk van menselijke solidariteit

Door Daisaku Ikeda – President van Soka Gakkai Internationaal

Ter gelegenheid van het 90-jarig bestaan van de Soka Gakkai en het 45-jarig bestaan van de Soka Gakkai Internationaal (SGI) wil ik enkele voorstellen doen voor het opbouwen van een duurzame mondiale samenleving, waarin alle mensen een waardig leven kunnen leiden en zich veilig voelen.

Het eerste dat ik ter sprake wil brengen is de toestand van verhoogde spanningen tussen de Verenigde Staten en de Islamitische Republiek Iran, die al sinds het begin van dit jaar aan de gang is. Ik wil er bij beide partijen sterk op aandringen zich terughoudend te blijven opstellen en ervoor te zorgen dat, door zich te houden aan internationale wetgeving en het leveren van grotere diplomatieke inspanningen, een verslechtering van de situatie wordt voorkomen. Ik hoop oprecht dat met bemiddeling van de Verenigde Naties en andere landen een weg naar de-escalatie van de spanningen kan worden gevonden.

Onze wereld heeft een reeks extreme en vernietigende weersomstandigheden meege maakt. Verleden jaar was er recordaantal hittegolven in Europa, India en elders, en supertyfoons en slagregens veroorzaakten overstromingen in de hele wereld. De verwoesting door enorme, om zich heen slaande branden in Australië gaat maar door.

Verleden jaar is bij de VN in september de klimaattop gehouden tegen de achtergrond van steeds grotere zorgen over de groeiende impact van de opwarming van de aarde. Bij die gelegenheid heeft een derde van de lidstaten van de VN, ongeveer 65 landen, beleidsmaatregelen aangekondigd, gericht op het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen tot nul procent in 2050.[1]  Het is van cruciaal belang dat dergelijke inspanningen worden uitgebreid tot de hele wereld. Klimaatverandering is meer dan een milieukwestie in de algemeen gangbare betekenis. Deze kwestie vormt een bedreiging voor alle mensen die op de aarde leven, zowel nu als de komende generaties. Het is, net als kernwapens, een fundamenteel probleem waar het lot van de mensheid van af hangt.

Zoals secretaris-generaal van de VN António Guterres heeft gezegd, is het zeker zo dat klimaatverandering “de bepalende kwestie is van onze tijd.”[2] De impact van klimaatverandering dreigt mondiale inspanningen voor het uitroeien van armoede en honger, die zijn vastgelegd in de Sustainable Development Goals (SDG’s) (Duurzame ontwikkelingsdoelen) van de VN zinloos te maken.

Onze aandacht moet echter niet beperkt blijven tot het stoppen van neerwaartse spiralen. Aangezien klimaatverandering een kwestie is die niemand onberoerd zal laten, heeft ze de potentie om tot nu toe ongekende mondiale solidariteit en actie in beweging te brengen. Ons succes of mislukken in het activeren van deze potentie speelt voor onze tijd een beslissende rol.

De klimaattop werd gekenmerkt door een grootschalige actie van jongeren die verandering eisten en ook versnelde en ambitieuze stappen voor het aanpakken van de klimaatcrisis door gemeenten, instellingen voor hoger onderwijs en de particuliere sector.

Deze maand trad de Overeenkomst van Parijs, waarmee de internationale gemeenschap ernaar streeft de gemiddelde temperatuurstijging te beperken tot 1,5 graden Celsius boven het pre-industrieel niveau, volledig in werking. Nu de VN haar 75-jarig bestaan gaat vieren, is een belangrijke taak het aanmoedigen van het terugkoppelen van positieve feedback, waardoor de eensgezinde inspanningen voor de aanpak van het probleem van klimaatverandering tegelijkertijd het bereiken van alle SDG’s bevorderen.

Nu wil ik graag de vereiste factoren bespreken voor het creëren van een dergelijke krachtige solidaire actie, vanuit het oogpunt van drie afspraken.

Niemand aan zijn of haar lot overlaten.

De eerste afspraak moet zijn dat we mensen, die zich door moeilijke omstandigheden heen moeten worstelen, nooit aan hun lot overlaten.

In de afgelopen jaren is de omvang van schade aangericht door natuurrampen toegenomen en veel daarvan was het gevolg van extreme weersomstandigheden. Deze grootschalige impact had een uitwerking op zowel ontwikkelde als ontwikkelingslanden. Verleden jaar hebben bijvoorbeeld in Japan Tyfoon Faxai en Tyfoon Hagibis verschillende regio’s getroffen met felle wind en zware regen, die uitgebreide overstromingen veroorzaakten en waardoor hele delen van het land zonder elektriciteit en water kwamen te zitten, een enorme verstoring van het dagelijks leven.

Een kwestie waar men zich wereldwijd steeds meer zorgen over maakt – en die de VN voortdurend heeft benadrukt – is het feit dat zo’n impact meestal het zwaarst gevoeld wordt door mensen die al lijden onder armoede en mensen uit de meer kwetsbare delen van de samenleving, zoals vrouwen, kinderen en ouderen. Deze mensen worden meer blootgesteld aan gevaar en hebben meer moeite om hun leven weer op te bouwen na een ramp en daardoor is het nodig dat zij voortdurend op een geschikte manier worden ondersteund.

Een ander tragisch gevolg van klimaatverandering is het groeiende aantal mensen dat gedwongen is hun vertrouwde huis, waarin ze lange tijd hebben gewoond, te verlaten. De crisis waarmee de bevolkingsgroepen van de Eilanden in de Stille Oceaan worden geconfronteerd is bijzonder zorgwekkend. Omdat die wordt veroorzaakt door het stijgende zeeniveau en de daardoor veroorzaakte overstroming van hun land, is het zeer waarschijnlijk dat deze situatie blijvend is en dat ze misschien nooit naar hun huis terug kunnen keren.

Het Toda Vredesinstituut dat ik heb opgericht in de hoop dat het dergelijke kwesties zou aanpakken, heeft twee jaar geleden de aanzet gegeven tot een onderzoeksproject met betrekking tot de gevolgen van klimaatverandering voor leefgemeenschappen op de Eilanden in de Stille Oceaan. Een punt dat in dit onderzoek werd belicht is de speciale betekenis van de band die de leden van deze gemeenschappen hebben met hun land. Het verlies van je land staat gelijk aan het verlies van je identiteit. Zelfs als deze mensen verhuizen naar een ander eiland en in staat zijn materiële zekerheid te krijgen, zullen ze nog steeds niet de in het rapport beschreven “bestaansveiligheid” ervaren die ze in hun leven op hun eigen eiland wel hadden.[3] De conclusie van het project is dat aandacht voor dit soort onherstelbare pijn een onderdeel moet zijn van elke inspanning voor het aanpakken van klimaatverandering.

Bestaansveiligheid   Het begrip bestaansveiligheid is in 1991 door Anthony Giddens naar voren gebracht. Het verwijst naar het gevoel van orde, veiligheid en continuïteit dat een individu ervaart in een snel veranderende omgeving. Als er bijvoorbeeld iets gebeurt dat niet verenigbaar is met de betekenis van het leven van een persoon, vormt dit een bedreiging voor zijn of haar gevoel van erbij te horen en voor het vertrouwen in de eigen identiteit. In dit opzicht brengen sociologen en psychiaters naar voren dat de bestaansveiligheid wordt bedreigd door een klimaatverandering die door mensen is teweeggebracht. Op een sociaal vlak verbreekt migratie uit een omgeving die achteruit is gegaan door klimaatverandering, de continuïteit van de band tussen mensen en hun land, en vormt een gevaar voor de materiële, sociale en culturele aspecten van veiligheid.

Het verlies van de band met je land en de daarmee gepaard gaande gevoelens van verdriet zijn een onontkoombaar gevolg van grote rampen als aardbevingen en tsunami. De pijn ten gevolge van het plotselinge verlies van vrienden en familie kan echt ondraaglijk zijn en het is van het grootste belang dat de maatschappij in haar geheel op de juiste manier omgaat met deze diepe kwellende pijn. Dit heb ik ook benadrukt in het voorstel dat ik in het jaar na 11 maart 2011, met de aardbeving en de tsunami hier in Japan, heb gepubliceerd. Het onvervangbare karakter van de plaats waar je je hele leven hebt doorgebracht, een huis dat als een thuis voelt door de vertrouwde geuren van je dagelijks leven, wordt beschreven in deze zinspeling van Antoine de Saint-Exupéry (1900-44): “Het heeft geen zin om nadat je in de ochtend een eikel in de grond hebt gestopt, te verwachten dat je ‘s middags in de schaduw van de eikenboom kunt zitten.”[4]

Bij het bespreken van de impact van klimaatverandering is men geneigd zich te richten op de omvang van economische schade of andere meetbare indicatoren. Maar ik denk dat het belangrijk is om aandacht te geven aan het lijden van de vele individuen dat door dergelijke macro-economische indicaties onbelicht blijft, en om dit centraal te plaatsen in onze inspanningen om samen naar oplossingen te zoeken.

Op dit punt is er een structurele overeenkomst met handelsfricties die de afgelopen jaren heviger zijn geworden. De term ‘de een zijn brood is de ander zijn dood’ verwijst naar beleid dat gericht is op het gezond maken van de eigen economie door de tarieven te verhogen of import te beperken. In onze geglobaliseerde wereld, waar we steeds onafhankelijker zijn van elkaar, leiden cycli van economische vergeldingsmaatregelen vaak tot onvoorziene resultaten, wat ook wel “jezelf het brood uit de mond stoten” wordt genoemd.

Handelsfricties hebben een negatieve uitwerking op de prestaties van veel kleine en middelgrote ondernemingen en oefenen druk uit om te reorganiseren en zorgen ervoor dat mensen hun baan verliezen. Zelfs als we accepteren dat het belangrijk is om economische indicatoren zoals de handelsbalans te verbeteren, kan het voort blijven bestaan van situaties die het leven voor mensen die al kwetsbaar zijn zwaarder maken, zowel in eigen land als daarbuiten en de sociale instabiliteit in de hele wereld alleen maar groter maken.

Toen hij vorig jaar de Algemene Vergadering van de VN toespraak, schetste secretaris-generaal Guterres een beeld van mensen die hij had ontmoet bij zijn bezoek aan plaatsen die te kampen hadden met ernstige bedreigende situaties – families in de Stille Oceaan van wie het leven in gevaar is door de stijging van het zeeniveau, jonge vluchtelingen in het Midden-Oosten die hopen terug te kunnen gaan naar huis en naar school, overlevenden van het Ebolavirus in Afrika die veel moeite hebben hun leven weer op te bouwen. Hij gaf de waarschuwing: “Heel veel mensen zijn bang onder de voet te worden gelopen, te worden tegengewerkt, aan hun lot overgelaten te worden.”[5] Ik deel zijn zorgen. Als we mondiale vraagstukken bekijken, moeten we onze aandacht allereerst en vooral richten op de bedreigende situaties voor het leven, de middelen van bestaan en de waardigheid van individuele mensen.

Zowel het klimaat als de handel zijn kwesties die een grote invloed hebben op onze economieën en samenlevingen. In dit opzicht denk ik dat de visies die de oprichter en eerste president van de Soka Gakkai Tsunesaburo Makiguchi (1871-1944) in 1903 weergaf in zijn boek Jinsei chirigaku (De geografie van het menselijk leven), onze aandacht verdienen. Makiguchi stelde het tijdgebonden karakter van militaire conflicten tegenover de constante en duurzame aard van economische concurrentie. Het eerste, zei hij, treedt plotseling op en leidt tot een afschuwelijk lijden waar we ons wel van bewust moeten zijn, terwijl het tweede geleidelijk plaatsvindt en op een minder ingrijpende manier en daardoor onze aandacht niet trekt.

Wat Makiguchi wilde benadrukken is dat, omdat de wreedheid van oorlog duidelijk zichtbaar is, mensen zich daar scherp bewust van zijn en dit biedt de gelegenheid om grotere schade te voorkomen door, bijvoorbeeld, onderhandeling of bemiddeling. Dit is niet het geval bij economische concurrentie, die wordt bedreven op een voortdurende en grotendeels onbewuste manier, met een resultaat dat naar men denkt bepaald wordt door een proces van “natuurlijke selectie.” En als zodanig langzaam naar de achtergrond verdwijnt van ons sociale leven, waardoor we de onmenselijke toestanden en het lijden dat daar het gevolg van is makkelijk over het hoofd zien.

In de tijd van Makiguchi werd de wereld geteisterd door de macht van het imperialisme en het kolonialisme en men vond het in het algemeen heel gewoon om welvaart na te jagen ten koste van andere samenlevingen. Maar die manier van denken houdt in dat je accepteert dat bepaalde sectoren of groepen daar onvermijdelijk het slachtoffer van zijn en dat de ontberingen die ze ondergaan onze zorg niet zijn. Deze acceptatie bouwt zich in de diepere lagen van de samenleving op, als een bezinksel of slib.

Als gevolg daarvan heeft de economische competitie van de ‘overleving van de sterksten’ de neiging om te versnellen, zonder een moment van rust, en daarmee komt Makiguchi’s voorspelling uit dat “in laatste instantie het lijden dat dit met zich meebrengt veel meer schade aanricht [dan zelfs een oorlog].”[6] In de wereld van de 21e eeuw, waarin globalisering en economische integratie zich sinds de tijd van Makiguchi veel verder hebben ontwikkeld, zijn deze risico’s groter dan ooit.

Makiguchi ontkende de waarde van competitie voor het functioneren van de maatschappij nooit, met de overweging dat een onderling streven naar perfectie een verrijkende bron is van energie en creativiteit. Wat hij als problematisch zag was onze neiging om de wereld te zien als alleen de plek van competitie voor overleving, om ons gedrag te baseren op de aanname dat ons leven onafhankelijk is van dat van alle anderen en dat we de gevolgen van een dergelijke houding blijven ontkennen.

De basis voor de denkwijze van Makiguchi was het besef dat deze wereld, meer dan wat ook, de plaats is waar we met elkaar leven.

In de inleiding tot De geografie van het menselijk leven beschrijft Makiguchi het concrete besef dat de kern vormt van deze visie op de wereld. Toen zijn vrouw geen melk had om hun pasgeborene te voeden, stelde hun arts voor om poedermelk uit Zwitserland te gebruiken, nadat een Japans product niet geschikt was gebleken. Makiguchi spreekt zijn dankbaarheid uit voor de koeherders in de heuvels aan de voet van het Juragebergte. Toen hij ook zag dat de doeken waarin zijn kind was gewikkeld van katoen waren gemaakt, zag hij voor zich hoe mensen in India in de verzengende hitte hadden gewerkt om die te produceren.[7] Op deze manier beschrijft hij hoe een kind vanaf het moment van zijn of haar geboorte verbonden is met de hele wereld. Zijn waardering voor deze mensen, die hij nooit heeft ontmoet, is samengevat in de uitdrukking “gedeeld leven,” dat niet beschrijft hoe de wereld er in het ideale geval uit zou moeten zien, maar hoe ze in feite is, hoezeer we ook geneigd zijn dat feit over het hoofd te zien.

De wereld is samengesteld uit de elkaar overlappende en met elkaar verweven activiteiten van talloze mensen en hun drijfveren van invloed op elkaar. Wanneer men bij competitie geen aandacht heeft voor deze realiteit, raken we het zicht kwijt op het leven van die mensen die lijden onder zware, bedreigende omstandigheden en sociale tegenstellingen. Daarom is het van groot belang dat we ons bewust bezighouden met het samen leven en werken voor een samenleving die is gebaseerd op de gedachte van het “streven naar het beschermen en verbeteren van niet alleen je eigen leven, maar ook dat van anderen.”[8] Dit vormt de kern van de verklaring van Makiguchi.

Nu terug naar het heden, het is niet zo dat economische groei en inspanningen voor het voorkomen van de opwarming van de aarde van nature onverenigbaar zijn. Toen bijvoorbeeld tijdens een periode van drie jaar na 2014 de wereldeconomie jaarlijks met ruim 3% groeide,[9] bleef de uitstoot van het voornaamste broeikasgas kooldioxide (CO2) intussen gelijk.[10] De uitstoot is sindsdien weer gaan toenemen, maar ik denk dat we door het maken van de moedige keus voor “het beschermen en verbeteren van niet alleen ons eigen leven maar ook dat van anderen” – door maatregelen als de introductie van duurzame energiebronnen en verbeteringen in efficiënt energiegebruik – in staat moeten zijn om nieuwe modellen te ontwikkelen voor ons economische en sociale leven.

De basis voor het bewust streven naar goed samen leven ligt in een erkenning dat mensen die leven onder de druk van ernstig bedreigende situaties, in wezen niet anders zijn dan wij.

Dit is iets dat wordt benadrukt in het werk van de professoren Abhijit V. Banerjee en Esther Duflo van het Technologisch Instituut van Massachusetts, die in hun studies van kwesties betreffende armoede en de diepe relatie die deze hebben met economische competitie, dit niet hebben bekeken vanuit een macro-economisch perspectief, maar meer op grond van empirisch onderzoek naar de feitelijke omstandigheden waaronder gewone mensen leven. Hun werk is in 2019 bekroond met de Nobelprijs voor Economie, die ze deelden met professor Michael Kremer van de Harvard Universiteit.

In hun recente werk Poor Economics: A Radical Rethinking of the Way to Fight Global Poverty (Arm en Kansrijk: een nieuwe visie op het bestrijden van armoede) schrijven ze dat de allerarmsten in wezen niet verschillen van ieder ander mens, ze zijn bijvoorbeeld niet minder rationeel.[11] Mensen die in welvarende landen wonen hebben het voordeel dat ze toegang hebben tot schoon drinkwater, medische zorg en andere onzichtbare vormen van ondersteuning die “zo diep zijn ingebed in het systeem dat we dit nauwelijks opmerken.”[12] Ze geven aan dat “de armen niet alleen een riskanter leven leiden dan de minder armen, maar dat een zware tegenvaller van dezelfde omvang hen waarschijnlijk meer zal treffen.”[13] Banerjee en Duflo moedigen ons aan om geen stereotype oordelen te vellen en benadrukken de noodzaak om zich bewust te zijn van de feitelijke situatie waarin mensen leven.

Het streven om de omstandigheden waaronder mensen leven te begrijpen – in plaats van hen alleen te zien als leden van een bepaalde sociale categorie of klasse – neemt ook een centrale plaats in in de leerstellingen van het boeddhisme dat de leden van de SGI hooghouden. De volgende beweringen van Shakyamuni zijn opgetekend:

In tegenstelling tot de diverse verschillen tussen levende wezens die een stoffelijke vorm hebben aangenomen, bestaan dergelijke verschillen niet tussen mensen. De verschillen tussen mensen zijn alleen die van naamgeving.[14]

De centrale boodschap van deze zinnen is dat, terwijl categorieën in het leven zijn geroepen en binnen de samenleving een naam hebben gekregen, er in het opzicht van hun mens-zijn geen verschillen bestaan tussen mensen.

Shakyamuni lette niet op sociale positie of status en gaf een behandeling aan zieken, sprak bemoedigende woorden tegen hen, mensen die varieerden van een wanhopige, zieke monnik-beoefenaar die hij toevallig tegenkwam, tot koning Ajātashatru die daarvoor nog had geprobeerd hem te laten doden. Deze twee hadden echter iets met elkaar gemeen. Net zoals de monnik door zijn kameraden in de steek was gelaten om in afzondering te lijden onder zijn ziekte, had de ernstige ziekte van koning Ajātashatru ervoor gezorgd dat anderen bij hem uit de buurt bleven. Shakyamuni waste de zieke monnik en deed hem schone kleren aan. En zelfs al voelde hij zijn eigen dood dichterbij komen, toch maakte hij tijd voor een ontmoeting met koning Ajātashatru en deelde hij de leerstellingen van de Dharma met hem, wat het herstel van zijn ziekte bevorderde.

Koning Ajatashatru   Koning Ajatashatru (vert. ‘Vijand terwijl nog ongeboren’) was de zoon en opvolger van koning Bimbisara van de staat Magadha in het noordwesten van India. Toen hij nog een prins was, werd Ajatashatru een aanhanger van de monnik Devadatta die zowel de neef als de rivaal was van Boeddha Shakyamuni (Siddharta Gautama). Ajatashatru werd door Devadatta overgehaald om zijn vader te vermoorden, die een trouwe leerling en beschermer was van de Boeddha, en zich meester te maken van de troon. Ajatashatru hielp Devadatta ook bij verscheidene pogingen om de Boeddha om het leven te brengen. Later kreeg Ajatashatru spijt van zijn slechte daden en vroeg de Boeddha om vergeving. Hij bekeerde zich tot het boeddhisme en gaf steun aan de Eerste Boeddhistische Raad die na de dood van Shakyamuni zijn leerstellingen verzamelde.

In de acties van Shakyamuni – zijn weigering om toe te staan dat ook maar iemand in afzondering zou lijden of om iemand aan zijn lot over te laten bij het ondergaan van zware moeilijkheden – kunnen we naar mijn gevoel de oorspronkelijke bron zien van de boeddhistische spirit van compassie. Vanuit het oogpunt van het boeddhisme zijn de capaciteiten van mensen niet vooraf bepaald; toch bestaat er een sterke sociale tendens om een vast oordeel te hebben over hun capaciteiten en zo een stempel op hen te drukken.

Zelfs als iemand zich in een kwetsbare positie bevindt wordt het mogelijk om een weg vooruit te vinden als zo iemand omgeven wordt door mensen die bereid zijn die uitdaging samen met hem aan te gaan. De manier waarop we zelfs een toestand als armoede of ziekte ervaren kan grondig worden veranderd door alleen al de wetenschap dat we steun krijgen van anderen. Dit is een basisbeginsel van de boeddhistische filosofie.

De benadering van het leven waar Makiguchi toe opriep – een bewuste toewijding aan samen leven – is gebaseerd op het vaste besluit om mensen die worstelen met problemen nooit aan hun lot over te laten.

Een aandachtspunt in de dialoog die ik in 2008 heb gevoerd met de voormalige ondersecretaris-generaal van de VN Anwarul K. Chowdhury, in een tijd waarin de financiële crisis de wereld op haar grondvesten deed schudden, was het belang van het geven van de hoogste prioriteit aan het ondersteunen van landen die te maken hadden met onheilspellende economische situaties, en van sociaal kwetsbare individuen. Ambassadeur Chowdhury benadrukte de noodzaak voor een mondiaal veiligheidsnet om externe schokken op te vangen zoals die veroorzaakt door klimaatverandering, enorme schommelingen in prijzen en uitzonderlijke financiële inkrimping.[15] Ik deel zijn visie volledig. We waren het er ook over eens dat een sleutelrol van de VN in de 21e eeuw moet zijn kwetsbare groepen in de samenleving bij te staan.

Toen in 2001 het VN Bureau van de Hoge Vertegenwoordiger voor de minst ontwikkelde landen, door landen omgeven ontwikkelingslanden en kleine eiland ontwikkelingsstaten werd opgericht, werd ambassadeur Chowdhury benoemd als de eerste Hoge Vertegenwoordiger en zo kreeg hij in eigen persoon ervaring in het werken met landen en mensen die vaak aan hun lot zijn overgelaten door de internationale samenleving. Ik herinner me dat ik diep geroerd was door zijn verklaring dat voor hem niets vreugdevoller was dan het zien van belangrijke verbeteringen in de omstandigheden van de meest kwetsbare landen.[16]

Dit gevoel vindt weerklank bij mij omdat de Soka Gakkai in haar beginjaren op een kleinerende manier een verzameling van zieke en arme mensen werd genoemd. Door elkaar onderling aan te moedigen slaagden deze gewone mensen, die door de maatschappij werden afgewezen, erin om zich vanuit een diep gevoel van ongelukkig zijn omhoog te werken, een geschiedenis waar we erg trots op zijn.

Josei Toda (1900-58) heeft samen met de eerste president Tsunesaburo Makiguchi de Soka Gakkai opgericht als een organisatie van mensen en hij is later de tweede president geworden. Hij verwoordde de overtuiging die ten grondslag lag aan zijn voortdurende actie wanneer hij werd geconfronteerd met cynische reacties als volgt:

“Ik zal doen wat ik moet doen. Dat wil zeggen, om arme en zieke mensen te helpen, mensen die problemen hebben en lijden. Daarom verhef ik mijn stem.”[17]

Het was Toda’s vurigste wens om ellende van het aardoppervlak te laten verdwijnen. Dit kwam voort uit zijn besluit om te voorkomen dat een tragisch lijden zoals de bevolking van zoveel landen tijdens de Tweede Wereldoorlog hadden ondergaan, zich zou herhalen. Hierdoor had hij sterke verwachtingen van de Verenigde Naties, die was opgericht in de nadagen van en als reactie op de twee wereldoorlogen in de 20e eeuw. Hij riep ons op om de VN te beschermen en te helpen zich te ontwikkelen als een bolwerk van hoop in de wereld.

Toen ik 60 jaar geleden de derde president werd van de Soka Gakkai, begon ik met mijn concrete acties voor wereldvrede door op reis te gaan naar de Verenigde Staten, waar ik het Hoofdkwartier van de VN in New York bezocht. Hiermee handelde ik als de erfgenaam van de visie van mijn leermeester. Sindsdien hebben we steun aan de VN tot een centrale pijler gemaakt van onze sociale betrokkenheid en hebben we door samen te werken een sterkere relatie opgebouwd met gelijkgestemde personen en organisaties van de burgermaatschappij, waarbij we initiatieven blijven ontplooien voor het vinden van oplossingen voor mondiale problemen.

Al snel na mijn bezoek aan New York in 1960 was er een uitvoering van de Negende Symfonie van Beethoven op het VN Hoofdkwartier, als onderdeel van de viering van de Dag van de VN (24 oktober) van dat jaar. Dit gebeurde op verzoek van de toenmalige secretaris-generaal Dag Hammarskjöld (1905-61). Tot dan toe was in uitvoeringen van Beethovens Negende Symfonie alleen het laatste, vierde deel gespeeld met het bezielende refrein ‘Ode aan de vreugde’, maar op deze vijftiende viering van de stichtingsdag van de VN werd de symfonie in haar geheel gespeeld.

Hammarskjöld sprak de aanwezigen als volgt toe:

“Aan het begin van de Negende Symfonie komen we in een groots drama vol hevige conflicten en duistere bedreigingen. Maar de componist neemt ons mee en aan het begin van het laatste deel horen we de diverse thema’s weer terugkomen, nu als een brug naar een uiteindelijk geheel.”[18]

Hammarskjöld vergeleek de ontwikkeling van de Negende Symfonie met de menselijke geschiedenis en hij sprak de hoop uit dat “we nooit het geloof zullen verliezen dat de eerste delen op een dag zullen worden gevolgd door het vierde deel.”[19]

Hammarskjölds overtuiging is een weerklank van de vooruitgang in historische tijden zoals Makiguchi die heeft beschreven in De geografie van het menselijk leven. Manieren van militaire, politieke en economische competitie waarmee mensen en samenlevingen zich ten koste van anderen proberen te verzekeren van hun eigen veiligheid en voorspoed baarden Makiguchi zorgen aan het begin van de 20e eeuw. Helaas speelt deze realiteit nog steeds een grote rol in onze wereld.

Maar net zoals het koorgedeelte van het vierde deel van Beethovens Negende Symfonie begint met de woorden “O Freunde, nicht diese Töne!” (O vriend, niet deze tonen!) zijn wij zeker in staat om nieuwe benaderingen te ontwikkelen die ingeslepen manieren van competitie zullen transformeren. Makiguchi stelde voor om de essentie van die transformatie voort te laten komen uit wat hij humanitaire of humane manieren van competitie noemde, waarin iemand er zelf beter van wordt als hij zich inzet voor anderen. Door het doen ontstaan van een mondiale solidariteit in acties voor het bestrijden van het probleem van klimaatverandering kunnen en moeten we deze totaal andere manier van denken bewerkstelligen en daarmee nieuwe horizonten openen in de menselijke geschiedenis.

Ik denk dat in dit uitdagende probleem de afspraak om mensen die zich in zeer moeilijke omstandigheden bevinden nooit aan hun lot over te laten, centraal staat. Door actie te ondernemen op grond van die belofte kunnen we, waar we ook zijn, de ongekende crisis van klimaatverandering veranderen in de mogelijkheid om de loop van de geschiedenis een nieuwe richting op te laten gaan. 

De uitdaging van het ondernemen van constructieve actie

De tweede afspraak die ik zou willen bespreken betreft het belang van het ondernemen van gezamenlijke en constructieve actie in plaats van alleen maar samen te praten over ons gevoel van een actuele crisis.

Waarschuwingen over door mensen veroorzaakte opwarming van de aarde werden voor het eerst geuit in de jaren 1980 en het United Nations Framework Convention on Climate Change (UNFCCC) (Klimaatverdrag van de Verenigde Naties) werd in mei 1992 aangenomen, even voor het houden van de United Nations Conference on Environment and Development (UNCED) (VN-conferentie inzake milieu en ontwikkeling) of Top van de Aarde in Rio de Janeiro. Het Verdrag van Kyoto werd in 1997 aangenomen; het doel ervan was het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen door ontwikkelde economieën en in december 2015 is het Verdrag van Parijs aangenomen als het eerste mondiale raamwerk waarbij opkomende en zich ontwikkelende economieën worden betrokken.

De achtergrond voor het opzetten van een volledig mondiaal raamwerk was een steeds sterker wordend gevoel van een crisissituatie, toen een reeks wetenschappelijke studies verricht door het International Panel on Climate Change (IPCC) (Internationale werkgroep inzake klimaatverandering), ertoe bijdroeg dat men zich steeds meer bewust werd van de impact van de opwarming van de aarde, terwijl extreme weersomstandigheden voor grote aantallen mensen duidelijk maakten dat deze bedreigende situatie een tastbare realiteit was.

Hoewel het Verdrag van Parijs deze maand in werking is getreden, hangen er donkere wolken boven zijn toekomst. Volgens een Speciaal IPCC Rapport bestaat er een reële kans dat de gemiddelde stijging van de temperatuur op aarde al in 2030 meer dan 1,5° C zal zijn als de opwarming in het huidige tempo doorgaat.[20] Het onder deze limiet houden van de opwarming van de aarde is het doel dat het Verdrag van Parijs heeft vastgesteld en het is van cruciaal belang dat alle landen direct sneller actie gaan ondernemen om dit te bereiken. Hiervoor moeten we niet alleen denken aan ons gedeelde gevoel van een crisis, maar een heldere visie ontwikkelen die we gezamenlijk kunnen omarmen, en daarbij mensen overal ter wereld actief betrekken.

Als we ons alleen concentreren op de dreigingen waar we mee worden geconfronteerd, lopen we het risico dat mensen die het idee hebben dat ze niet direct worden getroffen, onverschillig zullen blijven; zelfs die mensen die de ernst van de dreiging inzien kunnen zich laten overweldigen door een gevoel van machteloosheid en concluderen dat ze niets kunnen doen om de situatie te veranderen.

Dit doet me denken aan iets dat de vredeswetenschapper Elise Boulding (1920-2010) me vertelde. In de jaren 1960 vroeg dr. Boulding, toen ze een conferentie over ontwapening bijwoonde, de deelnemende specialisten hoe zij dachten dat een volledig ontwapende wereld zou functioneren. Tot haar verbazing antwoordden zij dat ze geen idee hadden – zij hielden zich alleen bezig met het beschrijven van de manier waarop ontwapening mogelijk is.[21] Op basis van deze ervaring ging dr. Boulding zich realiseren dat, tenzij iemand een duidelijke en specifieke visie heeft van hoe een vreedzame samenleving eruit ziet, het nagenoeg onmogelijk zal zijn om mensen daadwerkelijk samen te brengen in het nastreven van vrede.

Ik denk dat dit een heel belangrijk gezichtspunt is. Van haar kant heeft de SGI zich ingezet voor het aanmoedigen tot wijdverspreide en veelzijdige inspanningen voor het scheppen van het beeld van een vreedzame samenleving met de tentoonstelling ‘Everything You Treasure – For a World Free From Nuclear Weapons’ (Alles wat voor u van waarde is – voor een wereld zonder kernwapens); deze tentoonstelling is opgezet in samenwerking met de Internationale Campagne voor het afschaffen van kernwapens (ICAN) en kon sinds 2012 in ongeveer 90 steden over de hele wereld worden bezocht.

Juist omdat het kernwapen vraagstuk wordt geassocieerd met beelden van vernietiging op zo grote schaal dat de overleving van de mens erdoor wordt bedreigd, hebben mensen sterk de neiging om hun blik af te wenden. Daarentegen nodigen de eerste panelen van de tentoonstelling bezoekers uit om na te denken over wat voor hen het allerbelangrijkste is. Door hen aan te moedigen om na te denken over manieren om een wereld op te bouwen die niet alleen zekerheid biedt voor de dingen die zij zelf van grote waarde vinden, maar ook voor wat anderen als onvervangbaar beschouwen, probeert de tentoonstelling een gedeelde wens voor constructieve actie op te wekken.

Jarenlang had men het idee van een verdrag voor het verbieden van kernwapens als iets onmogelijks gezien. Maar toen de zorgen om de rampzalige, humanitaire gevolgen van kernwapens steeds ernstiger werden, bracht de inspanning om deze wapens te verbieden een beeld van een betere toekomst veel dichterbij en dit werd een bepalende factor achter de stuwkracht en de solidariteit die leidden tot het aannemen van het Verdrag inzake het Verbod op Kernwapens (TPNW) in 2017.

Het TPNW gaat verder dan alleen het feit te benadrukken dat kernwapens een gevaar opleveren voor de veiligheid van de hele mensheid. De Preambule geeft aan dat het centrale punt in het verdrag de visie is hoe inspanningen om kernontwapening dichterbij te brengen onlosmakelijk verbonden zijn met werken aan en het bevorderen van het creëren van een wereld die mensenrechten beschermt en strijdt voor gendergelijkheid. Een wereld die de gezondheid van huidige en toekomstige generaties bewaakt, een wereld die de prioriteit geeft aan ecologische integriteit.

Zo is het bij onze inspanningen om klimaatverandering tegen te gaan ook van cruciaal belang dat we niet alleen tot doel hebben om de gemiddelde temperatuurstijging op de aarde op grond van een bepaald aantal graden te beperken, maar dat we een gedeelde visie ontwikkelen van de wereld die we willen creëren door een oplossing te vinden voor deze crisis, en verder gezamenlijk proactieve maatregelen nemen om dit tot een realiteit te maken.

Door deze constructieve uitdaging aan te gaan zien we een derde weg voor ons, een weg die we kunnen gebruiken om te voorkomen dat we ofwel ten prooi vallen aan een egocentrische onverschilligheid voor problemen die ons niet direct raken, of aan een pessimistische machteloosheid als we oog in oog staan met problemen die te overweldigend lijken.

Samenvallend met de VN-conferentie inzake Milieu en Ontwikkeling (Earth Summit) van 1992, heeft de SGI het Soka Instituut voor Milieustudies en Research van het Amazonegebied (CEPEAM) in Brazilië opgericht en dit heeft sinds die tijd activiteiten ontplooid voor het herstel van de regenwouden en de bescherming van de unieke ecologische omstandigheden in dit gebied. En het is niet toevallig dat onze tentoonstellingen die oorspronkelijk zijn georganiseerd ter ondersteuning van het VN Decennium van educatie voor duurzame ontwikkeling, de titel hadden “Zaden van verandering” en “Zaden van hoop.” Deze titels houden de boodschap in dat ieder van ons het potentieel heeft om een proces van verandering in gang te zetten voor een duurzame mondiale samenleving, te beginnen op de plek waar we nu zijn, en dat alles wat we doen zaden van verandering, zaden van hoop zijn die in de hele wereld tot bloei zullen komen als bloemen van waardigheid.

Deze nadruk op het aannemen van een constructieve houding in bedreigende situaties vindt een oorsprong in de boeddhistische filosofie. In de Lotus Soetra, die de essentie van de leerstellingen van Shakyamuni belichaamt, vinden we het beginsel dat “de sahā-wereld op zich het Land van Eeuwig Sereen Licht is.” Sahā is een woord in het Sanskriet dat “verdragen” of “doorstaan” betekent. De uitdrukking “sahā-wereld” geeft het inzicht van Shakyamuni weer dat de wereld waarin we leven een wereld is vol verdriet en lijden. Zelfs al baseerde hij zich op deze wereldvisie, toch verklaarde Shakyamuni “ik ben op de leeftijd van 29 jaar op weg gegaan om het goede na te streven.”[22] Dit geeft aan dat hij niet werd gedreven door een gevoel van pessimisme, maar door een oprechte zoektocht met als doel te ontdekken hoe mensen kunnen voorkomen dat ze ondergedompeld worden in lijden en gelukkig kunnen leven.

De filosoof Karl Jaspers (1883-1969), die een werk schreef over het leven en denken van Shakyamuni, was in staat om de essentie van diens bedoeling te begrijpen in zijn bewering: “Wat de Boeddha ons leert is niet een kennissysteem maar een pad dat naar redding leidt.”[23]

Als mensen de wereld in de eerste plaats zien als een plaats vol lijden, lopen ze een groter risico om daar op een verkeerde manier mee om te gaan. Ze kunnen bijvoorbeeld alleen zoeken naar manieren om persoonlijk vrij te blijven van lijden, zich machteloos voelen en berusten als ze geconfronteerd worden met de harde realiteit van de maatschappij, of ze vervallen in een passieve manier van leven en wachten tot iemand anders hun problemen oplost.

Shakyamuni’s werkelijke bedoeling was te zeggen dat de saha-wereld niet een plaats is waar we lijden moeten ondergaan. Hij wilde eerder duidelijk maken dat we de wereld van onze hoop en dromen (het Land van Eeuwig Sereen Licht) kunnen realiseren op de plek waar we ons nu bevinden. Dit beginsel wordt meer gedetailleerd toegelicht in het (elfde) hoofdstuk ‘Schattoren’ van de Lotus Soetra. Hierin verrijst een enorme toren, die schittert door het licht van waardigheid, in de sahā-wereld, de plaats waar grote aantallen mensen zijn samengekomen om te luisteren naar het prediken van de Boeddha. En deze plaats wordt zo voor het oog van alle aanwezigen getransformeerd in het Land van Eeuwig Sereen Licht. 

In het dertiende-eeuwse Japan legde de boeddhistische leraar Nichiren (1222-82) het beginsel “de sahā-wereld is op zich het Land van Eeuwig Sereen Licht” als volgt uit: “Het is niet zo dat hij [de beoefenaar van de Lotus Soetra] zijn huidige verblijfplaats verlaat en ergens anders naartoe gaat.”[24] Oftewel, dit ideale land waar de mensen naar verlangen bestaat niet op een andere plaats, ver buiten hun bereik. Centraal in de Lotus Soetra staat het ondernemen van steeds grotere actie om ervoor te zorgen dat de plaats waar we nu zijn schittert als het Land van Eeuwig Sereen Licht.

Mensen die in de tijd van Nichiren in Japan leefden zaten vast in wat een eindeloze reeks zware omstandigheden leek. Naast deze conflictsituatie leden mensen onder natuurrampen als aardbevingen en tyfoons, en ook epidemieën. Bovendien leefden er in de samenleving volop escapistische idealen met als gevolg dat mensen in hun egoïstische schulp bleven zitten en de realiteit de rug toe draaiden, en ook schilderden gedachten-systemen mensen af als zijnde machteloos. Door deze ideeën kwamen ze dan in een vicieuze cirkel terecht en dit beroofde mensen van hun vitaliteit.

Tegen deze achtergrond geeft Nichiren uitleg over het gedeelte in de Lotus Soetra waarin de schattoren verrijst, die de aanzet geeft tot het proces van het transformeren van het land. Hij benadrukt dat de schattoren die door de verzamelde menigte wordt gezien, in feite hun “individuele lichaam” is.[25] Hiermee leert hij ons dat dit proces van bewustwording van het feit dat in ieder van ons hetzelfde schitterende en waardige licht aanwezig is als dat wat door de schattoren wordt uitgestraald – een licht dat deze wereld vol lijden kan verlichten – de bron wordt voor het onthullen van ons grenzeloze, menselijke potentieel. Bovendien bepleit hij het belang van het met eigen hand creëren van de wereld die we wensen, waarbij elke persoon inspanningen levert om te schitteren als een schattoren, en we er nog harder naar streven om de samenleving hoopvoller en rooskleuriger te maken.

In februari 2005 had ik een ontmoeting met milieuactiviste Wangari Maathai (1940-2011). We spraken over haar werk van het opwekken van hoop voor het realiseren van een nieuwe wereld, te beginnen in haar eigen directe omgeving. Terugblikkend op de Green Belt Movement, die startte met het planten van slechts zeven jonge boompjes, zei dr. Maathai: “De toekomst ligt niet in de toekomst. Ze ontstaat alleen door onze acties in het heden, en als we iets willen realiseren in de toekomst, moeten we daar nu actie voor ondernemen.”

Ik kan me de stralende glimlach van dr. Maathai nog levendig voor de geest halen, als een lentebriesje over haar hele gezicht, toen studenten van de Soka Universiteit haar verwelkomden met een enerverende uitvoering van het lied van de Green Belt Movement in Kikuyu, haar moedertaal.

Dit is ons land

Het is onze missie

Om hier bomen te planten.

Toen ik zag hoe ze zachtjes meezong met de woorden en meebewoog op de maat van het lied, kon ik niet om het gevoel heen dat ik getuige was van de vreugde die voortkomt uit het aangaan van de uitdaging van het opbouwen van iets. Deze vreugde die ze met heel haar wezen uitstraalde, had gezorgd voor de stuwende kracht die mogelijk had gemaakt dat de beweging voor het planten van bomen zich vanuit Kenia over heel Afrika had verspreid.

Ik heb dr. Maathai trouwens ontmoet net twee dagen nadat het Verdrag van Kyoto, een eerste set regels gericht op het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen, van kracht was geworden. De beweging die door dr. Maathai in Kenia was opgezet heeft misschien niet zoveel aandacht getrokken als die historische mijlpaal. Toch zou na verloop van tijd de hoop die zij met haar acties heeft opgewekt sterker worden en steun krijgen, waardoor er uiteindelijk, in samenwerking met het VN Milieuprogramma (UNEP), een campagne tot stand kwam die na haar overlijden bleef doorgaan. Door dit initiatief zijn er over de hele wereld meer dan 15 miljard bomen geplant.[26] Daarnaast hebben tijdens de klimaattop die verleden jaar is gehouden, landen over de hele wereld, van Pakistan tot Guatemala, toegezegd om meer dan 11 miljard bomen te planten.[27]

De volgende woorden van dr. Maathai staan tot op de dag van vandaag in mijn geheugen gegrift:

“Ook al denken we dat een bepaalde actie op een individueel niveau misschien erg klein is, stel je dan eens voor dat die actie miljoenen keren wordt herhaald. Dat maakt het verschil.”[28]

Haar woorden geven je het gevoel van de sterke vreugde die ontstaat als je de uitdaging van opbouwende actie aangaat.

De tentoonstelling van de SGI ‘Zaden van hoop’ belicht de inspanningen van individuele personen als dr. Maathai, die een beweging van gewone mensen hebben opgezet. Een van die personen is de futuroloog dr. Hazel Henderson met haar inspanningen voor het bestrijden van luchtvervuiling. Dr. Maathai voelde de noodzaak om actie te ondernemen toen ze zag dat vijgenbomen, die lange tijd als heilig werden beschouwd in haar geboorteplaats, werden omgehakt omwille van economische ontwikkeling. Voor dr. Henderson kwam dit moment toen ze merkte hoe ernstig de lucht was vervuild in New York City, waar ze toen woonde, en zag hoe haar jonge dochter thuiskwam van school met een laagje roet op haar huid.

In beide gevallen maakte de ervaring van acute verontrusting hen intens bewust van de dingen die ze van waarde vonden, dingen waarvan de wereld niet kan toelaten dat ze verloren gaan. Maar ze stonden niet toe dat die pijn hen verlamde. Dr. Maathai werkte aan het uitbreiden van haar beweging, gedreven door haar toewijding aan het doorbreken van de cyclus van armoede en honger en het bevorderen van vrede door het planten van bomen. Zo ging dr. Henderson werken met gelijkgestemde mensen vanuit het verlangen om kinderen weer in staat te stellen schone lucht in te ademen. In beide gevallen zetten ze hun pijn om in de energie voor opbouwend werk, waardoor ze in staat zouden zijn om de wereld te realiseren die ze voor ogen hadden.

Na het vertellen van dergelijke verhalen sluit de tentoonstelling “Zaden van hoop” af met een paneel met de afbeelding van een enkele boom met ontelbaar veel bladeren en daaromheen een open ruimte. Hier worden de bezoekers uitgenodigd om samen na te denken over de uitdagingen die zij aan kunnen gaan – te beginnen op de plek waar ze nu zijn – om zaden van hoop in de wereld te planten.

Het VN75-initiatief dat deze maand is gestart, ter viering van de 75e oprichtingsdag van de VN, heeft tot doel heeft het aanmoedigen tot dialoog en actie voor het bedenken van manieren om een betere wereld op te bouwen nu we met zoveel kwesties worden geconfronteerd. Bij het creëren van diverse mogelijkheden voor een dialoog richt het initiatief zich speciaal op het bereiken van degenen van wie de stem al te vaak over het hoofd wordt gezien of genegeerd door de internationale samenleving, te “horen wat hun verwachtingen en angsten zijn” en “te leren van hun ervaringen.”[29] Door middel van dergelijke dialogen wil de VN een mondiale visie ontwikkelen voor het jaar 2045, wanneer ze 100 jaar bestaat, en oproepen tot samenwerkingsacties om die visie tot een concrete realiteit te maken.

Aangezien klimaatverandering een van de kernvraagstukken is die aanzetten tot een dialoog bij de VN, is het van cruciaal belang dat we deze gelegenheid benutten om ons te richten op de grote angsten en zorgen van bevolkingsgroepen die direct de gevolgen ondergaan van deze crisis en hun verhalen gebruiken om constructieve actie te genereren voor het creëren van een betere wereld. De toekomstperspectieven van grote aantallen mensen, te beginnen met mensen die direct worden getroffen door klimaatverandering, maken allemaal een wezenlijk deel uit van de mondiale visie van de toekomst die we wensen; de sleutel hiertoe ligt in het samenvoegen van deze elkaar overlappende stukken om zo een mozaïek te creëren dat gebaseerd is op de bestaande ervaring van mensen die nu leven.

Door het soort gezamenlijke inspanningen die ontstaan uit deze dialogen en door het verbreden van een visie waarmee mensen zich kunnen verbinden en die ze met elkaar kunnen delen, heb ik er alle vertrouwen in dat we in staat zullen zijn om vaart te zetten achter het bestrijden van de opwarming van de aarde, op hetzelfde moment dat we de basis voor een duurzame mondiale samenleving verstevigen.

Een door de jeugd aangevoerde klimaatactie

De derde afspraak waar ik een voorstel voor zou willen doen betreft inspanningen om van de volgende tien jaren een decennium van klimaatactie door jonge mensen te maken, als een integraal onderdeel van het recentelijk van start gegane VN Decennium van Actie voor het bereiken van de SDG’s voor 2030.[30]

De VN Jeugd klimaattop die verleden jaar september plaatsvond voorafgaand aan de klimaattop, kan worden beschouwd als het ontstaan van een nieuwe soort Verenigde Naties. Ik zeg dit vanwege de volgende bijzondere kenmerken:

  1. De jonge mensen uit meer dan 140 landen en gebieden namen niet alleen deel als vertegenwoordigers van hun respectievelijke staten, maar als vertegenwoordigers van hun hele generatie;
  2. De diverse discussies op de Top werden voorgezeten door de jeugd en niet door functionarissen van de VN; en
  3. In plaats van de standaard opzet van spreker na spreker op VN-vergaderingen, werd de nadruk gelegd op het bevorderen van levendige discussies.

Maar meer dan wat ook was het feit dat VN algemeen-secretaris Guterres op de openingszitting de rol had van ‘keynote toehoorder’,[31] en zich aandachtig concentreerde op elke verklaring van de jeugdige afgevaardigden.

In 2006 heb ik een voorstel gepubliceerd voor hervorming van de Verenigde Naties. Daarin heb ik de suggestie gedaan dat het goed zou zijn om elk jaar, in aanloop naar de jaarlijkse VN Algemene Vergadering, een bijeenkomst te houden van jonge afgevaardigden uit de hele wereld, om wereldleiders de gelegenheid te geven te luisteren naar de gezichtspunten van de volgende generatie. Daarom zie ik de Jeugd klimaattop zeker als een toekomstgericht voorbeeld voor het toepassen hiervan.

Daarnaast hebben wereldwijde klimaatstakingen geleid tot golven van internationale impulsen voor klimaatactie. Alleen al in de week van de VN klimaattop hebben meer dan 7,6 miljoen mensen in 185 landen deelgenomen aan activiteiten die opriepen tot dringende actie voor het bestrijden van de opwarming van de aarde.[32] De oorsprong van deze beweging is te vinden in de acties van de Zweedse middelbare schoolleerling Greta Thunberg, die in de zomer van 2018 een schoolstaking organiseerde om een sterkere aanpak van de klimaatcrisis te eisen. Haar acties wekten onmiddellijk reacties op van jonge mensen overal ter wereld en dat was het begin van stakingen die zich steeds verder uitbreidden, met deelnemers van alle leeftijden.

Christiana Figueres, die op de klimaatconferentie van Parijs een sleutelrol vervulde als verantwoordelijke secretaris van het United Nations Framework Convention on Climate Change (VN Klimaatverdrag) en nu leidinggeeft aan Mission 2020, een initiatief gericht op het zekerstellen dat de doelen van het Verdrag van Parijs worden gehaald, heeft gezegd:

“De verontwaardiging en de woede op straat is volledig gerechtvaardigd omdat deze mensen, vooral jonge mensen, het wetenschappelijk begrijpen en begrijpen wat de implicaties hiervan zijn voor hun leven, en ze weten dat het mogelijk is er iets aan te doen.”[33]

Ze legde uit dat de jonge mensen weten dat een verandering niet onmogelijk is en dat is de reden dat ze hun verontwaardiging uitspreken over het langzame tempo van inspanningen voor het voorkomen van de opwarming van de aarde; en dat we – als die verontwaardiging wordt gecombineerd met optimisme – door stappen vooruit te nemen kunnen verwachten dat er iets nog veel sterkers ontstaat.

Christiana Figueres heeft verleden jaar in februari het Hoofdbureau van de Soka Gakkai bezocht. In een artikel dat ze daarna als bijdrage schreef voor het dagblad Seikyo Shimbun, ging ze terug naar het proces dat leidde tot het Verdrag van Parijs, ook al hadden veel mensen gedacht dat dit iets onmogelijks was. Ze zei met nadruk: “Zonder optimisme is er geen enkele manier om een overwinning te behalen.”[34] Ik kan niet om het gevoel heen dat, wanneer de wil van jonge mensen om de actuele situatie te transformeren wordt gecombineerd met een ontembaar optimisme, de mogelijkheden eindeloos zijn.

De inspanningen van jonge mensen om klimaatverandering te bestrijden werken als een katalysator op de activiteiten van veel personen en organisaties over de hele wereld. Een voorbeeld hiervan zien we in netwerken van hoger onderwijs waarin op dit moment meer dan 16.000 instellingen een verklaring hebben aangenomen die hen verplicht om de crisis aan te pakken in hun werk met studenten. Hun actieplan houdt in: zich verplichten om klimaatneutraal te gaan werken; het verkrijgen van meer hulpbronnen voor klimaat-gerelateerd onderzoek; en het versterken van milieu- en duurzaamheidseducatie, zowel op de universiteit als door programma’s gericht op de samenleving.[35]

Een ander voorbeeld is het mobiliseren van steden en plaatselijke overheden wereldwijd, waar het Global Covenant of Mayors for Climate & Energy (Convenant van burgemeesters voor klimaat en energie) meer dan 10.000 leden heeft in 138 landen. Deze gemeenten hebben zich er allemaal toe verplicht om actief maatregelen te nemen voor het verminderen van de uitstoot van CO2.[36]

“Jonge klimaatactivisten bouwen aan een nieuw ‘collectief bewustzijn’,”[37] verzekerde de Argentijnse studentenactivist Bruno Rodríguez op de VN Jeugd klimaattop; en inderdaad, de energie en het enthousiasme van de jongere generatie brengt een cyclus van positieve oorzaken op gang.

Wanneer ik deze stimulerende activiteiten van een nieuwe tijd zie, doet me dat denken aan de woorden van dr. Aurelio Peccei (1908-84), medeoprichter van de Club van Rome, die in 1981 schreef: “Ook om redenen van gerechtigheid en van democratie zijn we gedwongen te luisteren naar de stem van de jeugd.”[38]

De Club van Rome heeft bekendheid gekregen vanwege haar waarschuwing, meer dan 50 jaar geleden, over de eindigheid van het bestaan van de aarde en haar natuurlijke hulpbronnen, en zette mensen aan om na te denken over het begrip duurzaamheid. Dr. Peccei, die een centrale rol speelde bij deze inspanningen, benadrukte het belang van het geven van meer gelegenheid voor het nemen van actie aan jongeren en gebruik te maken van hun verbeeldingskracht en leiderschap. Ik heb dr. Peccei vanaf 1975 vijf keer ontmoet; zijn benadrukken van dit punt is me tot op de dag van vandaag levendig bijgebleven.

Luisteren naar de stem van jonge mensen is noch een keuze, noch alleen de “betere keuze.” Het is de enige logische weg vooruit, een stap die we niet kunnen overslaan als we ons oprecht bekommeren om de toekomst van onze wereld. Dit was zijn onwankelbare overtuiging.

Al had dr. Peccei als ondernemer zijn werk in de industrie lonend en stimulerend gevonden, uiteindelijk besloot hij dat hoofdstuk van zijn leven af te sluiten en hij voelde zich geroepen om de Club van Rome op te richten toen hij zich terdege bewust werd van het volgende:

“Ik ging me ook geleidelijk aan realiseren dat het concentreren van nagenoeg alle inspanningen op dergelijke individuele projecten of programma’s, terwijl de grotere samenhang waarin ze verankerd liggen – namelijk de toestand in de hele wereld – voortdurend achteruitgaat, het gevaar vormde van een doelloze onderneming.”[39]

De Club van Rome, die in 1968 is opgericht, was gebaseerd op deze zorg en had in de eerste jaren moeite om tastbare resultaten te behalen. Ondanks de beste inspanningen om aandacht te vragen voor de bestaande problemen waar de aarde mee te kampen had, was het “alsof de mondiale problemen die we naar buiten brachten, over een andere planeet gingen.”  En dan kwam daar nog bij dat zelfs die mensen die de inspanningen van de Club toejuichten, dit deden “op voorwaarde dat het niet zou leiden tot een belangenverstrengeling of een verstoring zou betekenen van hun dagelijkse activiteiten.”[40]

Het rapport van de Club van Rome “Grenzen aan de groei” dat hielp om de Club op de kaart te zetten, werd vier jaar na haar oprichting, in 1972, gepubliceerd. Het rapport had een enorme impact – het vergroten van het bewustzijn van de eindigheid van de aarde en haar natuurlijke hulpbronnen – en toch deden talloze critici de inhoud ervan af als veel te pessimistisch. Maar dr. Peccei verloor de moed niet. Hij hield vast aan zijn onwankelbare overtuiging dat het belangrijk is om “snel de eerste serieuze stappen te doen in de juiste richting.”[41] Hij verloor nooit zijn geloof in het eindeloze potentieel dat ieder mens van nature bezit.

Mijn eerste ontmoeting met dr. Peccei was in mei 1975, een paar maanden na de oprichting van de SGI. Hij was een van de personen waarover de historicus Arnold J. Toynbee (1889-1975) mij vertelde toen ik hem in mei 1973 in Londen bezocht, een jaar nadat “Grenzen aan de groei” was gepubliceerd. We hadden net een reeks gesprekken afgerond die in een periode van twee jaar hadden plaatsgevonden en zo’n veertig uur in beslag hadden genomen, en daarna sprak professor Toynbee de hoop uit dat ik ook dergelijke dialogen zou gaan houden met een aantal van zijn vrienden, waaronder dr. Peccei.

Terwijl we nog aan het praten waren over de mogelijkheid van een ontmoeting tijdens mijn volgende bezoek aan Europa, hoorde dr. Peccei dat we onze eerste Wereldvrede Conferentie zouden houden in Guam en hij stuurde een felicitatiebericht.

Op die conferentie, waarop de SGI op 26 januari 1975 werd opgericht, schreef ik in het gastenboek onder de kolom voor land van herkomst “De wereld.” Op dit startpunt van de SGI wilde ik in deze twee woorden de spirit samenvatten van onze oprichter en eerste president Makiguchi en van de tweede president Toda. Van zijn kant had Makiguchi steeds verkondigd dat hij de wereld zag als de plaats waar we er bewust naar streven vredig naast elkaar te leven als burgers van die wereld en niet alleen als leden van een bepaalde nationale samenleving. Toda’s vaste besluit was dat niemand, met wat voor nationaliteit ook, ooit zou ondervinden dat zijn of haar rechten en belangen met de voeten getreden zouden worden, een visie die hij “mondiaal nationalisme” noemde. (Japans: chikyu minzokushugi)

Vier maanden later, toen ik dr. Peccei ontmoette, had hij een exemplaar bij zich van De menselijke revolutie in het Engels, mijn geromantiseerd verslag van de geschiedenis van de Soka Gakkai vanaf de eerste presidenten Makiguchi en Toda. Dr. Peccei vertelde me dat hij zich sterk verbonden voelde met onze beweging voor ‘menselijke revolutie’ – een beweging die tot doel heeft deze tijd te transformeren door de inspanningen van elke persoon om zijn of haar aangeboren potentieel volledig te ontplooien. Zijn steun was op dat moment zeker een grote bron van aanmoediging voor mij.

In onze verzamelde dialogen (in het Engels gepubliceerd als Before it is too late) zegt hij: “iedere persoon is van nature begiftigd met kwaliteiten en vaardigheden die niet direct zichtbaar zijn, maar naar buiten kunnen worden gebracht en worden gebruikt om de verslechterende toestand van de mensheid te verbeteren.”[42]

Dat er nu grote aantallen jongeren verschijnen die moedig het hoofd bieden aan de klimaatcrisis, is zeker een uitingsvorm van de kracht van jonge mensen waarop dr. Peccei zijn hoop had gevestigd. Anders dan kwesties als vervuiling en de uitputting van natuurlijke hulpbronnen, die punten van zorg waren in de periode rond de publicatie van “Grenzen aan de groei” en waarvan de oorzaken voor het merendeel van elkaar gescheiden kunnen worden, zijn de factoren voor klimaatverandering geïntegreerd in alle gebieden van ons dagelijks leven en economische activiteit, en dat maakt het veel moeilijker om oplossingen te vinden.

Bij het Europese Parlement heeft verleden jaar oktober de huidige covoorzitter van de Club van Rome Sandrine Dixson-Declève uit het Planetary Emergency Plan (Noodplan voor onze planeet) van de Club van Rome tien urgente acties genoemd die nodig zijn voor een verschuiving naar een circulaire economie, waaronder een transitie naar CO2 -arme energie en een uitbreiding van investeringen in duurzame energiebronnen.[43]

Circulaire economie   Een circulaire economie is een economisch model, gericht op het zo lang mogelijk in gebruik houden van natuurlijke hulpbronnen, daar het maximale uit te halen zolang ze in gebruik zijn en vervolgens producten en materialen, als ze uitgeput raken, te herwinnen en weer bruikbaar te maken. Circulaire systemen berusten op hergebruik, delen, repareren, renoveren, reproduceren en recyclen, waarbij alle “afval” verwerkt wordt tot een nieuw product. Deze methode van hernieuwing vormt een contrast met de traditionele lineaire economie met een “nemen, maken en weggooien” productiemodel.

Juist omdat het zo complex is en een veelzijdige aanpak vereist, kunnen we het probleem van klimaatverandering beschouwen als iets dat mensen een opmerkelijke diversiteit aan mogelijkheden biedt om uitdrukking te geven aan hun grenzeloze potentieel. Hoe groot deze diversiteit was, werd duidelijk door het aantal forums op de Jeugd klimaattop, die werd bijgewoond door vertegenwoordigers van de SGI. Deze forums onderzochten innovatieve oplossingen vanuit het gezichtspunt van, onder andere, milieubehoud, startups van bedrijven, financiën, technologie, kunst, sport, mode, sociale media en video’s die een succes zijn op het internet.

Hier wil ik graag de politieke verklaring belichten van de Top voor duurzame ontwikkelingsdoelen (SDG’s), die door de VN werd overgenomen direct na de Jeugd klimaattop. Met het bestemmen van de periode tot aan 2030 tot “een decennium van actie en resultaten voor duurzame ontwikkeling,”[44] brengt het naar voren dat we samen moeten komen in duurzame partnerschappen bestaande uit alle betrokken belanghebbers, waaronder de jeugd.

Op basis van deze verklaring heeft VN-algemeen-secretaris Guterres de aanzet gegeven voor een nieuw Decennium van Actie met de oproep tot actie op wereld- en gemeenschapsniveau, naast algemene inspanningen om de jeugd hierbij te betrekken. In overeenstemming hiermee wil ik erop aandringen dat deze algemene acties het actief bevorderen van inspanningen onder leiding van de jeugd inhouden voor het ontwikkelen van oplossingen voor de klimaatproblemen.

Greta Thunberg, die de acties voor het bestrijden van klimaatverandering leidt, heeft de VN Conferentie over klimaatverandering (COP25) toegesproken die verleden maand in Madrid is gehouden. Ze benadrukte het belang van het komende decennium, tot aan 2030, met de woorden:

“Het is een feit dat door de geschiedenis heen elke grote verandering door mensen is teweeggebracht. We hoeven niet te wachten. We kunnen nu direct beginnen met deze verandering.”[45]

Met betrekking hiertoe wil ik voorstellen dat de Jeugd klimaattop elk jaar wordt gehouden als een manier om een nieuw traject te creëren voor de VN, en ook dat de VN nauw gaat samenwerken met de burgermaatschappij om een breed scala aan activiteiten te bevorderen met als doel de volgende tien jaar tot een decennium te maken waarin de jeugd overal de leiding kan nemen in het bestrijden van klimaatverandering. Verder zou ik als een maatregel om deze trend vast te leggen, willen voorstellen dat de Veiligheidsraad een resolutie aanneemt voor het aanmoedigen van het streven om deelname van de jeugd tot hoofdthema te maken in de klimaat-gerelateerde besluitvorming. Dit komt dan overeen met het model van Resolutie 2250 van de Veiligheidsraad, waarin er bij lidstaten op wordt aangedrongen de rol van jonge mensen in vredes- en veiligheidskwesties te versterken.

Ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van de VN staat een bijeenkomst op hoog niveau op de agenda voor september dit jaar. De jonge mensen op de wereld moeten worden uitgenodigd om als belangrijke partners deel te nemen. Het aannemen van een resolutie van de Veiligheidsraad zoals ik hierboven heb geschetst, zou het begin aangeven van tien jaar met door de jeugd geleide actie, en daarmee van een nieuw hoofdstuk in de geschiedenis van de VN.

Het SOKA Mondiale Actieprogramma dat door onze jeugdleden in Japan in 2014 is opgezet, krijgt dit jaar een herstart als SOKA Mondiale Actie 2030. Hierin wordt ernaar gestreefd om een achterban van het gewone volk op te bouwen die zich verplicht tot actie en dit programma houdt ook het initiatief ‘Mijn tien uitdagingen’ in, waarbij individuen worden aangemoedigd om manieren te zoeken voor het verkleinen van hun ecologische voetafdruk in hun dagelijks leven.

De weg naar de oplossing van het probleem van klimaatverandering en het bereiken van de SDG’s zal niet probleemloos of makkelijk zijn. Ik heb er echter een diep vertrouwen in dat, zolang er solidariteit is tussen jongeren, er geen impasse is die we niet kunnen doorbreken.

Het opbouwen van steun voor het TPNW

Vervolgens wil ik op vier belangrijke gebieden concrete voorstellen doen die zullen bijdragen tot het creëren van een duurzame mondiale samenleving waarin iedereen met waardigheid en een gevoel van veiligheid kan leven. 

Het eerste betreft het Verdrag inzake het Verbod op Kernwapens (TPNW). Ik wil sterk benadrukken dat het belangrijk is om zeker te stellen dat het binnen dit jaar van kracht wordt, het jaar waarin het 75 jaar geleden is dat de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki vielen. Dit zou van 2020 het jaar maken waarin de mensheid eindelijk een begin maakte aan het achter zich laten van het nucleaire tijdperk.

Sinds het TPNW in juli 2017 is aangenomen, is het door 80 staten ondertekend en door 35 geratificeerd.[46] Staten moeten het in een versneld tempo gaan ondertekenen en ratificeren om het belangrijke doel van 50 ratificaties die vereist zijn voor het van kracht worden, zo snel mogelijk te halen.

Met het aflopen van het Middellange Afstandsraketten verdrag (INF), dat een belangrijke functie had in de inspanningen voor kernontwapening van de Verenigde Staten en de Russische Federatie, dreigt de kernwapenwedloop opnieuw te ontbranden. De wereld wordt geconfronteerd met situaties waarin, in de woorden van Renata Dwan, directeur van het VN Institute for Disarmament Research (Instituut voor ontwapeningsonderzoek), “de risico’s van het gebruik van kernwapens (…) nu groter zijn dan op welk moment ook sinds de Tweede Wereldoorlog.”[47] Het is van het grootste belang om het van kracht worden van het TPNW te gebruiken voor het doen ontstaan van een krachtige tegenbeweging voor deze trend.

Op het moment zijn geen staten die kernwapens bezitten of er afhankelijk van zijn lid geworden van het TPNW, maar het verbod op het gebruik van kernwapens “onder wat voor omstandigheden ook”[48] dat in het TPNW vastligt, is van een geweldig grote historische betekenis. Want dit belichaamt vooral de gelofte van de hibakusha op de wereld – slachtoffers van de bombardementen op Hiroshima en Nagasaki en van het produceren en testen van kernwapens wereldwijd – om nooit toe te staan dat iemand anders moet lijden onder wat zij hebben doorstaan.

Het aannemen van het TPNW volgde op een reeks VN-resoluties gedurende tientallen jaren waarin naar oplossingen werd gezocht voor het probleem van kernwapens, en dit begon met de allereerste resolutie die in 1946 door de Algemene Vergadering werd aangenomen, met de oproep tot het uitroeien van kernwapens. Secretaris-generaal Guterres benadrukte dit als volgt: “De volledige uitroeiing van kernwapens zit in het DNA van de Verenigde Naties.”[49]

Het tempo waarin het TPNW wordt geratificeerd en ondertekend verschilt niet opmerkelijk met dat van het Non-proliferatieverdrag (NPT). Toen dit verdrag van kracht werd in maart 1970, was het ondertekend door 97 staten en maar door 47 geratificeerd. Maar de verbodsnorm voor het verspreiden van kernwapens won steeds meer terrein door het bestaan van het NPT. Veel staten die hun nucleaire opties overwogen kozen vrijwillig voor de weg van een status zonder kernwapens. Zuid-Afrika, dat kernwapens had ontwikkeld en bezat, beëindigde zijn nucleaire programma, en vernietigde het arsenaal en ontmantelde het om lid te worden van het NPT.

Landen die kernwapenprogramma’s hebben opgegeven  
LandJaar van opgeven van kernwapensNPT statusUitleg
Argentinië19901995 (A)Stopte met het produceren van kernwapens
Wit-Rusland19911993 (A)Leverde zijn kernwapens in
Brazilië19901998 (A)Stopte met het produceren van kernwapens
Irak19911968 (R)Stopte met het produceren van kernwapens
Kazakstan19911994 (A)Leverde zijn kernwapens in
Libië20031968 (R)Stopte met het produceren van kernwapens
Republiek Koreamidden jaren zeventig1968 (R)Legde zijn plutonium programma stil
Zuid-Afrika19891991 (A)Ontmantelde zijn nucleaire arsenaal
Zwedenjaren zestig1968 (A)Stopte met het produceren van kernwapens
Oekraïne19911994 (A)Leverde zijn kernwapens in
A = toetreding R = ratificatie

Het niet verspreiden van kernwapens was slechts een ideaal gebleven voordat het NPT van kracht werd. Maar toen het eenmaal van kracht was geworden en de ratificatie uitgebreider werd, werd het ideaal omgezet in een realiteit en oefende een krachtige, bepalende invloed uit op de wereld. Uit het voorafgaande blijkt dat het van kracht worden van een verdrag een duidelijke, nieuwe richting kan geven aan de wereld, zelfs als het aantal staten dat lid is van het verdrag in de beginfase beperkt is.

Ik wil hierbij verwijzen naar een belangrijk artikel van Merav Datan en Jürgen Scheffran over de grote betekenis van het vaststellen van een internationale norm. De auteurs maakten deel uit van de opstellers van het Model voor het Verdrag inzake Kernwapens (NWC), een voorloper van het TPNW, dat in 1997 als een discussiestuk aan de VN is aangeboden. Zij schrijven:

“Als er op het gebied van verschillen tussen IL (Internationaal Recht) en IR (Internationale betrekkingen) kloven bestaan tussen wat ideaal is en wat reëel, zouden we kunnen zeggen dat het NWC de ideale situatie weergeeft, terwijl het NPT voor de reële situatie staat. Het Verbodsverdrag (TPNW) belichaamt beide; het staat voor de ideale situatie omdat nog geen kernwapenstaten het hebben ondertekend; en het staat voor de reële situatie omdat het bestaat.”[50]

Verder benadrukken ze dat “het tegengaan van trends en weerstand tegen ontwapening zijn ook een realiteit, maar ze ontkennen de ontwikkeling en de betekenis van normen en waarden niet.”[51] Ik ben het daar sterk mee eens.

Daarom moet de blik vooruit gericht zijn op het leggen van zoveel nadruk op het verbod op het gebruik van kernwapens, onder alle omstandigheden, – vastgelegd bij het van kracht worden van het TPNW – dat geen staat dit kan aanvechten.

Volgens het rapport van 2019 van Norwegian People’s Aid, een partner van de Internationale Campagne voor het uitbannen van kernwapens (ICAN), ondersteunen op dit moment 135 landen het TPNW.[52] Het aantal gemeenten dat hun steun hiervoor uitspreekt neemt ook toe. Bij het Cities Appeal (Oproep van steden) dat de ICAN in 2018 is gestart, hebben grote steden en steden zich aangesloten, bijvoorbeeld in kernwapenstaten als de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk, en kernwapenafhankelijke staten als Duitsland, Nederland, België, Luxemburg, Italië, Spanje, Noorwegen, Canada, Japan en Australië, en ook in Zwitserland. Hieronder waren Washington DC en Parijs, hoofdsteden van kernwapenstaten, en Berlijn, Oslo en Canberra, hoofdsteden van kernwapenafhankelijke staten.[53]

In oktober 2019 werd de “Oproep van de Hibakusha” met 10,5 miljoen ondertekenaars waaronder veel van burgers van kernwapenstaten en kernwapenafhankelijke staten, aangeboden aan de VN.[54] De actie van deze petitie, die alle staten oproept om lid te worden van het TPNW en die werd ondersteund door de Vredescommissie van de Soka Gakkai, werd in 2016 opgezet door hibakusha uit Hiroshima en Nagasaki.

De eerste bijeenkomst van staten die lid zijn van het TPNW   Binnen een jaar na het van kracht worden van het Verdrag inzake het Verbod op Kernwapens (TPNW) zal de eerste bijeenkomst plaatsvinden van staten die lid zijn van het verdrag, om deadlines vast te stellen voor het vernietigen van de kernwapens van de staat die lid is van het verdrag en voor het verwijderen van de kernwapens van een buitenlandse staat. Om van kracht te worden moet het TPNW geratificeerd zijn door minstens 50 landen. Op 26 januari 2020 was het verdrag ondertekend door 80 landen en geratificeerd door 35. Ondersteuners van het verdrag doen de aanbeveling om op de eerste bijeenkomst van de staten die lid zijn van het verdrag te overwegen om een deadline van tien jaar vast te stellen voor het vernietigen van alle kernwapens.

Het is van cruciaal belang dat we de diverse ‘draden’ van de wil van de wereldbevolking om het uitroeien van kernwapens te ondersteunen, met elkaar verweven om het proces van het duurzaam maken van die wil als een vaste norm voor de samenleving resoluut te bevorderen. Om dit te bereiken wil ik voorstellen dat in Hiroshima of Nagasaki een forum van het volk wordt gehouden voor een wereld zonder kernwapens, als een vervolg op de eerste bijeenkomst van staten die lid zijn van het TPNW, die volgens de bepalingen van het verdrag binnen een jaar na het van kracht worden ervan moet worden gehouden.

Het forum zou hibakusha bijeenbrengen van over de hele wereld, uit gemeenten die het TPNW ondersteunen, en vertegenwoordigers van de burgermaatschappij. Ik stel voor om dit forum te houden omdat ik denk dat – om te bereiken dat het verbod op kernwapens als een mondiale norm voor de mensheid diepgeworteld raakt – de mensen zelf de aanzet moeten geven tot het debat, op basis van de gedeelde erkenning dat geen enkel land ooit de gruwelen van kernwapens mag meemaken.

Ik hoop oprecht dat Japan, als het enige land dat in oorlogstijd een kernwapen aanval heeft ondergaan, zal blijven werken aan het verdiepen van de internationale discussie over het onmenselijke karakter van kernwapens en dat het land een brugfunctie zal vervullen tussen kernwapenstaten en staten zonder kernwapens.

Het was de reeks van drie internationale conferenties over de humanitaire impact van het gebruik van kernwapens, die in 2013 begon, en de weg opende voor de start van onderhandelingen over een verdrag voor het verbieden van kernwapens; een doel dat meer dan 70 jaar sterke weerstand had ondervonden. Deze reeks conferenties maakte de volgende belangrijke punten duidelijk:

  1. Het is onwaarschijnlijk dat een staat of internationale organisatie de directe humanitaire noodsituatie, veroorzaakt door de explosie van een kernwapen, op een geschikte manier kan aanpakken en voldoende hulp kan bieden aan de slachtoffers. 
  2. De impact van een explosie van een kernwapen zou niet worden tegengehouden door nationale grenzen, maar verwoestende lange-termijn gevolgen veroorzaken en zou zelfs de overleving van de mensheid kunnen bedreigen.
  3. De indirecte gevolgen van een kernexplosie zouden zowel het belemmeren van de sociaaleconomische ontwikkeling als een ecologische ontwrichting inhouden en die gevolgen zijn dan het hevigst voor de verarmde en kwetsbare groepen in de samenleving.

De conferenties verschoven het gezichtspunt van discussies over kernwapens van nationale veiligheidsvraagstukken naar de impact van het gebruik ervan voor de mens, en op deze manier droegen ze bij aan een verhoogd tempo voor het opstarten van onderhandelingen over een verbodsverdrag.

In oktober 2018 heeft, na het aannemen van het TPNW, het VN-Mensenrechtencomité dat verantwoordelijk is voor het monitoren van het toepassen van het Internationale Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (ICCPR) van 1966, een algemene verklaring aangenomen met de vaststelling dat de dreiging met of het gebruik van kernwapens “onverenigbaar is met het respect voor het recht op leven.”[55]

Het recht op leven is vastgelegd in het ICCPR als een recht “waaraan geen afbreuk kan worden gedaan”,[56] zelfs niet in noodsituaties, en onderschrijft daarmee zijn unieke belangrijke plaats binnen de internationale mensenrechten wetgeving. Op deze manier is het problematische karakter van de dreiging met of het gebruik van kernwapens duidelijk aangegeven met betrekking tot een van de basisrechten in de internationale mensenrechten wetgeving, een echt betekenisvolle ontwikkeling. Dit punt vormde ook de kern van de declaratie met de oproep tot het afschaffen van kernwapens die mijn leermeester Josei Toda in september 1957 heeft gedaan.

Een belangrijk thema voor discussie op het forum van het volk voor een wereld zonder kernwapens, waarvoor eerder een voorstel is gedaan, zou over het recht op leven moeten gaan – met internationale mensenrechten wetgeving als een lens om het onmenselijke karakter van deze wapens scherp in beeld te brengen. Ik zou ook willen voorstellen dat dit forum een gelegenheid gaat bieden voor het met elkaar uitwisselen van ideeën over hoe de wereld eruit zou zien na het verbieden van kernwapens.

In het debat dat leidde tot het opstellen van het TPNW was het de stem van een vrouw die een lang over het hoofd gezien aspect belichtte van het gevaar veroorzaakt door kernwapens, waardoor men gedwongen was het genderperspectief erin op te nemen wat daarvoor nog nooit aandacht had gekregen als iets met betrekking tot het kernwapen probleem. Op de Conferentie van Wenen over de humanitaire impact van kernwapens van december 2014 gaf Mary Olson van de Nuclear Information and Resource Service (antinucleaire groep, opgericht in 1978, voor burgers en organisaties die zich bezighouden met kernenergie, radioactief afval, straling en duurzame energie) een presentatie met een samenvatting van het bewijs dat stralingsschade door het gebruik van kernwapens voor vrouwen ernstiger zou zijn dan voor mannen. Dit vormde een aanleiding voor verdere discussie en leidde er uiteindelijk toe dat het volgende in de preambule van het TPNW werd opgenomen:

“Met de erkenning dat de gelijke, volledige en daadwerkelijke deelname van zowel vrouwen als mannen een belangrijke factor is in het bevorderen en bereiken van duurzame vrede en veiligheid, en met de afspraak om de daadwerkelijke deelname van vrouwen aan kernontwapening te ondersteunen en te versterken (…).”[57]

Vanuit het genderperspectief geeft dit de contouren aan van een visie op de wereld die zou ontstaan door het uitbannen van kernwapens.

De getuigenissen van hibakusha uit Hiroshima en Nagasaki die de Soka Gakkai in de loop der jaren heeft verzameld en gepubliceerd, bevatten verhalen van talloze vrouwen. Joseitachi no Hiroshima (De vrouwen van Hiroshima) dat in 2016 is gepubliceerd, bevat de verhalen van veertien vrouwen die het lijden beschrijven dat ze hebben doorstaan, zelfs na het overleven van de bombardementen: bijvoorbeeld de vooroordelen en de discriminatie met betrekking tot het huwelijk en het baren van kinderen, die ze moesten verdragen terwijl ze voortdurend in angst leefden voor de nawerking van straling.[58] Hun boodschap beperkt zich echter niet tot hun besluit als hibakusha om nooit toe te staan dat iemand moet lijden onder wat zij hebben doorstaan. Zoals de ondertitel van het boek “Voor een schitterende, lachende toekomst” al aangeeft, is hun boodschap bezield met een gelofte om samen te werken aan het opbouwen van een vreedzame wereld waarin moeders en kinderen kunnen leven met het gevoel dat ze veilig zijn.

Om het universele belang van het TPNW vast te stellen en er steun voor te verkrijgen, is het heel belangrijk dat grotere aantallen mensen met elkaar de verwachtingen en beslissingen delen die voortkomen uit de realiteit van het dagelijks leven. Ik ben ervan overtuigd dat de doeltreffendheid van het TPNW als een mondiale norm voor de hele mensheid verhoogd zal worden wanneer de brede steun van de mensen samengevoegd wordt en daarmee verschillen in nationaliteit en visies overstijgt. Het verdrag is zo sterk dat het niet alleen de mensen aanspreekt die zich al bezighouden met vredes- en ontwapeningsvraagstukken, maar ook degenen die zich zorgen maken om gender- en mensenrechten of de toekomst van hun kinderen en familie.

Multilaterale onderhandelingen over kernontwapening

Het tweede terrein waarop ik concrete voorstellen wil doen betreft beleidsregels voor het maken van een hele grote vooruitgang op het gebied van kernontwapening. In het bijzonder wil ik een oproep doen voor twee overeenkomsten die opgenomen moeten worden in de slotverklaring van de NPT-herzieningsconferentie die in april en mei op het Hoofdkwartier van de VN in New York zal worden gehouden. De eerste gaat over het starten van multilaterale kernontwapenings-onderhandelingen en de tweede over overleg over het samengaan van nieuwe technologieën, met inbegrip van kunstmatige intelligentie en kernwapens.

Met betrekking tot de eerste is het, denk ik, van vitaal belang om het New Strategic Arms Reduction Treaty (Nieuw Verdrag inzake het verminderen van strategische kernwapens) (New START) tussen de Verenigde Staten en Rusland te verlengen en vervolgens multilaterale onderhandelingen te starten over kernontwapening. In het structuurplan van New START dat in februari 2021 tot een einde komt, is bepaald dat het aantal strategische kernkoppen van beide landen teruggebracht moet worden tot 1550 en het aantal opgestelde langeafstandsraketten (ICBM’s), onderzeeër raketten en andere lanceersystemen tot 700 beperkt moet blijven. Het verdrag kan met vijf jaar worden verlengd, maar de onderhandelingen zitten op dit moment muurvast.

Zonder het structuurplan van het New START-verdrag zou er na het stoppen van het INF Verdrag een toestand ontstaan waarin er voor het eerst in vijftig jaar geen onderlinge beperkingen meer bestaan voor de kernwapenarsenalen van elk van beide landen. Het hierdoor ontstane vacuüm houdt het risico in van een hernieuwde kernwapenwedloop. Daarnaast leidt de versnelde ontwikkeling van sterk verkleinde kernkoppen en supersonische wapens tot het toekomstvooruitzicht dat het gebruik van kernwapens overwogen zal worden bij kleine geografisch conflicten. Hierdoor is de verlenging met vijf jaar van het New START-verdrag absoluut essentieel geworden.

Met het oog hierop zou de NPT-herzieningsconferentie een verbod moeten aanmoedigen op het moderniseren van kernwapens. Staten die lid zijn van het verdrag moeten met elkaar overeenkomen dat er voor de volgende NPT-herzieningsconferentie in 2025 een begin moet worden gemaakt met multilaterale onderhandelingen over kernontwapening.

In de vijftigjarige geschiedenis van het NPT waren de enige kernontwapeningsschema’s die tussen de Verenigde Staten en Rusland en met multilaterale procedures is geen feitelijke kernontwapening gerealiseerd. We moeten de Herzieningsconferentie van 2020 gebruiken voor het herbevestigen dat het NPT het enige wettelijk bindende verdrag is waarbinnen alle kernwapenstaten het gezamenlijke doel hebben van kernontwapening en zich ertoe verbinden dit doel te bereiken. Verder is het nodig om passende actie te ondernemen om deze erkenning zichtbaar te maken. 

Met betrekking tot de concrete maatregelen die hiervoor moeten worden getroffen, zijn diverse manieren van aanpak mogelijk maar ik wil voorstellen dat, op basis van een vijfjarige verlenging van het New START-verdrag, de Verenigde Staten, Rusland, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en China starten met onderhandelingen over een nieuw kernontwapeningsverdrag, te beginnen met gesprekken over verificatiestructuren.

Op grond van de verificatie-ervaring van de VS en Rusland en het overleg bij het International Partnership for Nuclear Disarmament Verification (Internationaal partnerschap voor kernontwapening verificatie), dat vijf jaar geleden is begonnen met deelname van veel landen, moeten deze vijf staten onderhandelingen opstarten over de belemmeringen voor kernontwapening. Het opbouwen van vertrouwen dat met deze dialoog wordt bereikt, kan ervoor zorgen dat er sneller effectieve onderhandelingen op gang komen over numerieke doelen voor het verminderen van het aantal kernwapens.

Speciale sessie van de Algemene Vergadering, gewijd aan ontwapening   In de jaren 1970 en 1980 werden vredesbewegingen en anti-kernwapenbewegingen sterker en drongen aan op kernontwapening en een einde aan de Koude Oorlog wapenwedloop. In dit verband hield de Algemene Vergadering van de VN drie Speciale sessies gewijd aan ontwapening (SSOD): SSOD I in 1978, SSOD II in 1982 en SSOD III in 1988. Daisaku Ikeda heeft voorstellen gepubliceerd die geheel overeenkomen met SSOD I en SSOD II, voordat hij in 1983 begon met het publiceren van zijn jaarlijkse vredesvoorstellen waarin hij, op basis van boeddhistische filosofie, zijn standpunt bekendmaakte gericht tegen nucleaire afschrikking. In zijn voorstel voor SSOD II deed hij een oproep voor het oprichten van een “Raad van wereldburgers voor de bescherming van de VN,” waarin gewone mensen – en niet alleen regeringen – een centrale rol zouden vervullen.

Voor het creëren van de voorwaarden voor multilaterale kernontwapening is het, denk ik, waardevol om het begrip “gemeenschappelijke veiligheid”, dat bijdroeg aan het bevorderen van inspanningen voor het tot een einde brengen van de Koude Oorlog, opnieuw te onderzoeken. “Gemeenschappelijke veiligheid” was de titel van een rapport, geschreven door een commissie onder leiding van de Zweedse premier Olof Palme (1927- 86), en voorgelegd aan de Tweede speciale sessie van de Algemene Vergadering gewijd aan ontwapening (SSOD II) in juni 1982. Op basis van de mening dat er geen overwinnaar kan zijn in een kernoorlog, drong het rapport aan op de volgende bewustzijnsverandering: “Staten kunnen niet langer streven naar veiligheid ten koste van elkaar; dit kan alleen worden bereikt door samenwerkingsverbanden.”[59]

Deze manier van denken sloot nauw aan bij de mijne. In het voorstel dat ik ter gelegenheid van het SSOD II publiceerde, schreef ik: “Gezien de confrontatie tussen enorme kernwapenarsenalen is het duidelijk dat geen verdere uitbreiding van militaire macht in staat is echte vrede teweeg te brengen.”[60]

Het jaar ervoor, in 1981, heeft president Ronald W. Reagan (1911-2004) bij de oplopende spanningen tussen de VS en de Sovjet-Unie zijn standpunt over de confrontatie met Rusland duidelijk gemaakt en in zijn verklaringen zinspeelde hij op de mogelijkheid van een beperkte kernoorlog. Reagan legde later zijn gevoelens van die tijd zo vast: “Ons beleid moest gebaseerd zijn op kracht en realisme. Ik wilde vrede door macht, geen vrede op grond van een stuk papier.”[61]

Maar toen Reagan een groeiende antinucleaire beweging zag ontstaan in de Verenigde Staten en Europa en zich dieper bewust werd van de afschuwelijke verwoesting die zou worden aangericht door het gebruik van kernwapens, voelde hij steeds sterker de behoefte om een nucleair conflict te vermijden. Hij begon ook zorgvuldiger rekening te houden met de feitelijke gevoelens van de bevolking van de Sovjet-Unie, waarmee de VS in een nucleaire competitie verwikkeld was geraakt. Later keek hij zo terug op zijn contacten met de secretaris-generaal van de Communistische Partij van de Sovjet-Unie Konstantin Tsjernenko (1911-85):

“In mijn brief aan Tsjernenko zei ik dat ik dacht dat we er baat bij zouden hebben als we direct en vertrouwelijk met elkaar communiceerden. Ik probeerde de oude techniek van empathie van acteurs te gebruiken. (…) Ik zei dat ik had begrepen dat sommige mensen in de Sovjet-Unie echt bang waren voor ons land.”[62]

Door dit te doen kon Reagan zich indenken in hoeverre de angsten die de bevolking van zijn land voelde een exacte weerspiegeling waren van wat de bevolking van de Sovjet-Unie voelde. Zijn streven om tot een dialoog te komen met leiders van de Sovjet-Unie werd bekroond met de Top van Genève met algemeen-secretaris Michael Gorbatsjov in november 1985. Gorbatsjov was eveneens overtuigd van de noodzaak om de nucleaire kwestie op te lossen en hun openhartige dialoog leidde tot het uitgeven van een gezamenlijke verklaring met de volgende beroemde woorden: “Een kernoorlog kan niet worden gewonnen en mag nooit worden gevoerd.”[63]

Dit laat een denkwijze zien die overeenkomt met het idee van gemeenschappelijke veiligheid; het leidde tot het ondertekenen van het INF-verdrag in december 1987 en droeg bij aan het tot een einde brengen van de Koude Oorlog. Vandaag de dag nemen spanningen vanwege kernwapens opnieuw toe en de wereld bevindt zich in een situatie die zelfs al een nieuwe Koude Oorlog wordt genoemd. Nu is het meer dan ooit belangrijk om de gedachte van gemeenschappelijke veiligheid nieuw leven in te blazen en dit is de reden dat ik het voorstel wil doen om de verklaring van de staten die lid zijn van het NPT dat “een kernoorlog niet kan worden gewonnen en nooit mag worden gevoerd” op te nemen in het slotdocument van de Herzieningsconferentie.

Op de Agenda voor ontwapening die in mei 2018 is gepubliceerd door de VN stond de oproep tot “ontwapening om de mensheid te redden.”[64] In een toespraak op de dag na het uitbrengen van het rapport, sprak VN-ondersecretaris-generaal en Hoge vertegenwoordiger voor ontwapeningszaken Izumi Nakamitsu, die betrokken was bij de voorbereiding, als volgt over de relatie tussen veiligheid en ontwapening:

“Ontwapening is een sterke kracht voor internationale vrede en veiligheid, het is een bruikbaar middel voor het verzekeren van nationale veiligheid. (…)

“Ontwapening is geen utopisch ideaal maar een concreet streven om conflicten te voorkomen en de impact ervan te verzachten, wanneer en waar die zich voordoen.”[65]

Door kernontwapenings-onderhandelingen te gebruiken als een nuttig middel voor het verkrijgen van de eigen veiligheid kunnen we het gevoel van dreiging en onveiligheid in andere landen verkleinen en op deze manier beginnen met het wegnemen van het gevoel van dreiging en onveiligheid dat we zelf hebben.

Op basis van een dergelijke, voor alle partijen gunstige win-win-aanpak is het nu tijd om vol energie het oprecht nastreven van kernontwapening te bevorderen waartoe Artikel VI van het NPT ons verplicht.

Een andere kwestie waarover ik hoop dat de NPT-herzieningsconferentie consensus probeert te bereiken, betreft de dreiging die gevormd wordt door cyberaanvallen op kernwapensystemen en het gebruik van KI[66] bij dergelijke systemen. Ik hoop dat de conferentie zal leiden tot een dieper gemeenschappelijk bewustzijn van deze dreigingen en zal beginnen met overleg over de ontwikkeling van een verbodsregime.

Terwijl nieuwe technologieën die gebruik maken van KI, het Internet en andere cyberspaces op veel manieren gunstig zijn voor de samenleving is het zorgwekkend dat hun toepassing voor militaire doeleinden in een snel tempo toeneemt.

Verleden jaar is er in maart in Berlijn een conferentie gehouden waar de problemen van dergelijke opkomende technologieën zijn besproken. Een belangrijk aandachtspunt op deze bijeenkomst, die werd bijgewoond door vertegenwoordigers van regeringen van NAVO-landen, lidstaten van de EU, Rusland, China, India, Japan en Brazilië, betrof dodelijke autonome wapensystemen (Lethal Autonomous Weapon Systems – LAWS), ook wel bekend als killer robots, evenals de impact die nieuwe technologieën zou hebben op kernwapens en andere wapens. Een politieke verklaring van de ministers van buitenlandse zaken van Duitsland, Nederland en Zweden was de uitkomst van de conferentie en daarin waren ze het erover eens dat “er een noodzaak bestaat om samen kennis op te bouwen over de manier waarop technologisch hoog ontwikkelde militaire capaciteiten de manier van oorlogvoering kunnen veranderen en wat voor invloed dit zal hebben op de mondiale veiligheid.”[67]

Deze zorg die kernwapenafhankelijke staten uitspraken is kenmerkend voor de alarmerende snelheid waarmee nieuwe technologieën worden ontwikkeld; daarom wil ik voorstellen om direct te beginnen met onderhandelingen over deze kwestie binnen het raamwerk van het NPT.

Toen in 1995 het besluit werd genomen om het NPT oneindig uit te breiden, kwamen de staten die lid waren van het verdrag overeen dat herzieningsconferenties niet alleen de resultaten van eerdere ondernemingen zouden evalueren, maar ook vast zouden stellen op welke gebieden er naar verdere vooruitgang in de toekomst moest worden gezocht en daarbij ook naar de manieren om dit te bereiken.[68] Gezien de urgentie van deze zaak en de omvang van de risico’s moet aan het aanpakken van de kwestie van nieuwe technologieën en hun implicaties voor kernwapens topprioriteit worden gegeven.

Cyberaanvallen kunnen bijvoorbeeld niet alleen de commando- en controlecentra van kernwapens treffen, maar ook een breed scala aan systemen die daarmee in verband staan, waaronder vroegtijdige waarschuwings-, communicatie- en overdracht-systemen. In het slechtste scenario zou een cyberaanval op een van deze systemen kunnen leiden tot het lanceren of het in werking zetten van het ontstekingsmechanisme van de kernwapens.

Met betrekking tot deze kwestie heeft algemeen-secretaris Guterres de volgende zorgen uitgesproken:

Men is het erover eens dat internationaal recht, waaronder het Handvest van de Verenigde Naties, moet worden toegepast op cyberspace. Maar er is geen consensus over hoe internationaal recht in dit geval precies geldt en hoe staten binnen de wet mogen reageren op kwaadwillige of vijandige acties.[69]

Als een manier om hierin een precedent te scheppen en als een stap in de richting van nucleaire risicovermindering moet binnen het raamwerk van het NPT onmiddellijk actie worden ondernomen voor het verbieden van cyberaanvallen op kernwapensystemen.

Zo zijn er ook veel gevaren die samenhangen met het gebruik van KI in het besturen van kernwapens. Volgens een rapport dat verleden jaar in mei is uitgegeven door het Internationale Vredes Research Instituut van Stockholm (SIPRI) houden de voordelen van het gebruik van KI – vanuit het standpunt van kernwapenstaten – in dat behalve het wegnemen van bepaalde beperkingen als vermoeidheid of angst die ervoor kunnen zorgen dat mensen in de loop der tijd slechter gaan functioneren, het aan systemen een groter bereik geeft en toegang tot gebieden in een omgeving waar het voor mensen heel moeilijk is te opereren, zoals diepe wateren en poolgebieden.[70]

Maar het rapport waarschuwt er ook voor dat een groter vertrouwen in KI zou leiden tot een toename van factoren die de werking van kernwapens destabiliseren en ons daarmee de richting opsturen van verhoogde nucleaire risico’s. Neem bijvoorbeeld nucleaire afschrikking, die heel psychologisch is van aard en uitgaat van het beeld dat men heeft van de intenties van de tegenstander.[71] Het rapport geeft aan dat recente ontwikkelingen in KI het niet langer mogelijk zouden maken om de echte intenties van de tegenstander te zien. Als KI een belangrijke rol gaat spelen bij kernwapensystemen, zou het ondoorzichtige karakter van deze technologieën – met een verborgen werking die moeilijk te begrijpen is en die daardoor werkt als een zwarte doos – het steeds moeilijker maken om de intenties van de tegenstander te voorspellen en daarmee een toestand creëren van heviger angst en achterdocht.[72] Het rapport merkt op dat “de VS en Rusland heel veel tijd en moeite hebben besteed aan het bestuderen van elkaars strategische systemen en gedrag tijdens de Koude Oorlog en dat hun militaire vertegenwoordigers heel vaak bijeen zijn gekomen, ook al was dat niet altijd productief.” [73]

Ook al hebben we het misschien over psychologische beeldvorming, ik denk dat wat er eigenlijk voor zorgde dat de partijen konden voorspellen wat de volgende zet van de ander zou zijn, de optelsom was van hun ervaringen bij persoonlijke ontmoetingen. Tijdens de Koude Oorlog waren er veel gevaarlijke momenten waarop computersystemen, op grond van misinformatie of door storingen, de onjuiste informatie gaven dat er raketten op hen afkwamen. Een crisis werd echter bedwongen dankzij de tegenwoordigheid van geest van de personen die de controle hadden over deze systemen en hun gezonde verstand gebruikten, en op hun intuïtie vertrouwden toen ze rapporteerden dat de informatie op het scherm onjuist was en een tegenaanval afraadden. Wanneer we in deze tijd de risico’s analyseren die verbonden zijn aan cyberaanvallen als hacken en het kwaadwillig inbreken in computersystemen, zou het versneld invoeren van KI dergelijke systemen nog kwetsbaarder maken voor zowel misleidende als opzettelijk vervalste informatie.

Hoe afhankelijk van KI-kernwapensystemen ook worden, het lijkt onwaarschijnlijk dat de uiteindelijke druk op de nucleaire knop op enig moment in de nabije toekomst aan de machine zal worden overgelaten. Toch moeten we nog steeds rekening houden met het feit dat de haast van kernwapenstaten om KI te gaan gebruiken in militaire toepassingen een zeer gevaarlijke situatie betekent voor de mondiale samenleving. Hoewel het gebruik van KI kan leiden tot extra snelheid en daarmee militair overwicht, zou het mensen ook voor dilemma’s kunnen plaatsen zoals bijvoorbeeld president John F. Kennedy (1917-63) van de VS en algemeen-secretaris van de Communistische Partij van de Sovjet-Unie Nikita Chroesjtsjov (1894-1971) hebben ervaren tijdens de Cubaanse Raketcrisis van 1962, maar zij hadden veel minder gelegenheid om diverse opties te overwegen.

Zich de lessen herinnerend die hij had geleerd van deze crisis die de wereld op haar grondvesten deed schudden, zei Kennedy eens dat “kernmachten dat soort confrontaties moeten afwenden die een tegenstander ertoe dwingen een keuze te maken tussen ofwel een vernederende terugtrekking of een kernoorlog.”[74] Uit deze woorden blijkt hoe dicht ze langs de rand van de afgrond van een ramp waren gegaan en hoezeer hij het feit betreurde dat de toestand zo erg was verslechterd. Toch kregen beide leiders een periode van dertien dagen om overleg te voeren. Als het huidige streven naar een steeds grotere snelheid door blijft gaan, zal de toegenomen druk van de mogelijkheid dat men wordt ingehaald door zijn tegenstander, des te minder ruimte overlaten voor het nemen van beslissingen op basis van zorgvuldige overwegingen.

In het SIPRI-rapport staat de waarschuwing: “De zoektocht naar snellere, slimmere, nauwkeurigere en veelzijdigere wapens zou kunnen leiden tot een destabiliserende wapenwedloop.”[75] Ik ben sterk van mening dat, verre van het helpen voorkomen van een kernoorlog, het toepassen van KI op kernwapens alleen maar kan aanmoedigen tot hun preventieve gebruik.

Ik denk dat, zoals de preambule aangeeft, het duurzame karakter van het NPT ligt in de gelofte om elke inspanning te leveren voor het afwenden van het gevaar van een kernoorlog. Verder is het van vitaal belang dat alle staten die lid zijn van het verdrag dit tot hun gemeenschappelijke basis maken en het debat over cyberaanvallen en het toepassen van KI gebruiken als een gelegenheid om de betekenis van hun voortdurende afhankelijkheid van kernwapens in hun veiligheidsbeginselen ter discussie te stellen.

Het onzichtbare zichtbaar maken

Mijn derde voorstel gaat over klimaatverandering en rampenrisicovermindering. (DRR)

De noodzakelijke antwoorden op klimaatverandering blijven niet beperkt tot het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen; er is ook dringend behoefte aan het nemen van stappen voor het beperken van de schade die bijvoorbeeld wordt toegebracht door extreme weersomstandigheden. Dit waren ook de hoofdthema’s die zijn besproken op de VN Klimaatconferentie (COP 25) die een maand geleden in Madrid is gehouden.

Volgens een rapport dat voorafgaand aan COP 25 is gepubliceerd door Oxfam, is in het laatste decennium het aantal rampen door klimaat-gerelateerde weersomstandigheden vervijfvoudigd. Over de hele wereld is een veel groter aantal mensen van huis en haard verdreven door oorzaken ontstaan door klimaatverandering dan door natuurrampen als aardbevingen of als gevolg van gewapende conflicten.[76]    

Ik zou nu willen voorstellen om in Japan een VN-conferentie te houden gericht op klimaatverandering en rampenrisicovermindering.

Sinds 2007 is het VN Bureau voor rampenrisicovermindering (UNDRR) bijeengekomen en heeft het het Mondiale Forum voor rampenrisicovermindering gehouden. Het forum, dat oorspronkelijk elke twee jaar werd gehouden, wordt bijgewoond door regeringsambtenaren en vertegenwoordigers van de burgermaatschappij en in 2015 werd het forum opgenomen in de Derde VN Wereldconferentie over rampenrisicovermindering in Sendai, Japan. De meest recente sessie van het Mondiale Forum (Global Platform – GP 2019), verleden jaar in mei in Genève gehouden, werd bijgewoond door meer dan 4000 deelnemers uit 182 landen.[77] Het Mondiale Forum zal nu om de drie jaar worden gehouden en het volgende staat op de agenda voor 2022. Ik zou willen voorstellen om deze bijeenkomst in Japan te houden en daar een op rampenrisicovermindering gericht overleg te voeren met betrekking tot extreme weersomstandigheden en de problemen die zich voordoen bij inspanningen voor herstelwerkzaamheden.

In 2015 is op de Derde VN Wereldconferentie over DDR het Sendai Raamwerk aangenomen. Het raamwerk geeft diverse doelen aan, waaronder het substantieel verminderen van het aantal mensen dat tegen het jaar 2030 door natuurrampen wordt getroffen. Om deze doelen te halen moeten landen putten uit hun eigen ervaringen voor het versterken van maatregelen voor het verminderen van de risico’s op rampen veroorzaakt door extreme weersomstandigheden.

In september 2019 werd de Coalitie voor het bevorderen van ramp bestendige infrastructuur opgericht op initiatief van India. Dit internationale partnerschap wil de samenwerking versterken voor technische ondersteuning en het opbouwen van capaciteit voor het ontwikkelen van een infrastructuur die niet alleen bestand is tegen het soort aardbevingsrampen waarop de aandacht lange tijd was gericht, maar ook op de impact van klimaatverandering. Japan, dat in de afgelopen jaren steeds meer door klimaat veroorzaakte rampen heeft meegemaakt, heeft zich aangesloten bij deze coalitie. Ik stel voor dat Japan, door zijn samenwerking met India en andere lidstaten, op het Mondiale Forum de leiding neemt in het opstellen van mondiale richtlijnen betreffende deze kwestie.

Verder wil ik de suggestie doen dat een van de hoofdthema’s op het volgende Mondiale Forum de rol zal zijn van plaatselijke overheden bij rampen veroorzaakt door het klimaat, en dat de bijeenkomst een gelegenheid zal bieden om partnerschappen tussen gemeentebesturen op te zetten. Tot nu toe hebben meer dan 4300 gemeentebesturen in de hele wereld zich aangesloten bij de Making Cities Resilient campagne van de UNDRR (Maak steden veerkrachtig-campagne van het VN Bureau voor rampenrisicovermindering),[78] waaraan in Mongolië en Bangladesh alle gemeenten deelnemen.[79] Dit jaar is het tien jaar geleden dat de campagne begon. Het is voor gemeenten belangrijk om de samenwerking met elkaar te blijven versterken en daarbij steeds meer nadruk te leggen op het beheersen van de risico’s van extreme weersomstandigheden.

Ongeveer 40 procent van de wereldbevolking woont binnen een straal van 100 km van de kust,[80] waardoor ze meer risico lopen op rampen die door het klimaat worden veroorzaakt. De grote meerderheid van de Japanse bevolking woont ook in een kustgebied. Gezien dit feit zou het volgens mij heel waardevol zijn als gemeenten in de kustgebieden van Japan en andere Aziatische landen, zoals China en Zuid-Korea, hun ervaringen en beste praktijkvoorbeelden uitwisselen op het gebied van klimaatverandering en DRR en op deze manier een samenwerking op gang brengen die gunstig is voor heel Azië.

In juni van dit jaar zal de Asia-Pacific Ministerial Conference on Disaster Risk Reduction (Ministersconferentie van Azië en de Stille Oceaan over rampenrisicovermindering) worden gehouden in Australië. Ik hoop dat deze conferentie een gelegenheid zal zijn voor diepere discussie over het versterken van samenwerking tussen gemeenten en dat dit door het GP 2022 zal worden uitgebreid tot een wereldwijd initiatief.

Naast de hiervoor genoemde thema’s hoop ik dat de bijeenkomst van 2022 prioriteit zal geven aan discussies over manieren om een inclusievere samenleving te creëren waarin die mensen die het zwaarst worden getroffen door rampen veroorzaakt door het klimaat, niet aan hun lot worden overgelaten.

De GP 2019 in Genève was sterk gericht op het bevorderen van gendergelijkheid en een inclusieve samenleving. De helft van de panelleden en 40 procent van de deelnemers bestond uit vrouwen. Daarbij waren meer dan 120 mensen met een beperking aanwezig.[81] Een bepleiter van de duurzame ontwikkelingsdoelen van de VN, Edward Ndopu uit Zuid-Afrika, sprak zijn gedachten uit over inclusieve herstelprocessen na rampen:

“Mensen met een beperking vormen de grootste minderheidsgroep in de wereld – 15 procent van de wereldbevolking – en toch worden mensen met een beperking systematisch vergeten  (…).

Er bestaat een verband tussen de fysieke daad van mensen met een beperking in de steek te laten en de zeer reële maatschappelijke gevolgen van uitsluiting voor het leven van mensen met een beperking.[82]

Meneer Ndopu die op de leeftijd van twee jaar de diagnose spinale spieratrofie kreeg, sprak ook over de noodzaak voor het herzien van de maatschappelijke houding ten opzichte van mensen die vlak na een ramp het meest gevaar lopen. Ik denk dat dit een punt is dat deel uit moet maken van elke inspanning voor het verhogen van de veerkracht – een essentiële voorwaarde voor zowel het risicobeheer voorafgaand aan een ramp als het herstel na een ramp. Alleen door het bevorderen van een gevoel van een gemeenschappelijk leven en het versterken van het weefsel van onderlinge verbondenheid in ons dagelijks leven kunnen we de capaciteit blijven ontwikkelen voor het beschermen van het leven en de waardigheid van de mensen vanaf het begin van een ramp tot en met herstelprocessen na een ramp.

Een van de belangrijke ideeën die op de GP 2019 zijn belicht in een sessie over gender afhankelijke DRR en opbouw van veerkracht was dat “het belangrijk is om bij rampen het onzichtbare zichtbaar te maken.”[83] Omdat de omstandigheden waarin veel vrouwen in het dagelijks leven worden overschaduwd door sociale normen en waarden en discriminerende opvattingen, lopen zij een groter risico om aan hun lot te worden overgelaten, juist wanneer ze hulp nodig hebben.

Als extreme of onvoorspelbare weersomstandigheden een evacuatie nodig maken, zijn vrouwen vaak degenen die het laatst weggaan omdat ze achterblijven om voor kinderen en oudere of zieke familieleden te zorgen, vooral in gevallen waar mannelijke familieleden van huis zijn weggegaan op zoek naar een inkomen elders. Aan de andere kant zijn vrouwen onmiskenbaar een immense bron van kracht in de tijd na een ramp omdat ze steun en zorg verlenen aan mensen in hun plaatselijke gemeenschap.

UN Women heeft benadrukt dat de feitelijke en mogelijke bijdragen van vrouwen voor rampenrisicovermindering – van leiderschap in de directe nasleep van een ramp tot aan het opbouwen van veerkracht in de plaatselijke gemeenschap – voor de samenleving heel waardevol zijn, maar waar heel weinig gebruik van wordt gemaakt.

Als ik denk aan de structurele factoren die er vaak voor zorgen dat mensen zich niet goed bewust zijn van dingen die toch echt bestaan, komt in mijn herinnering een vergelijking naar boven die in een van de Mahayana-soetra’s staat en die gaat over het licht van de sterren overdag. Ondanks het feit dat er talloze sterren aan de hemel staan die elk een helder licht uitstralen, zijn we ons daar gedurende de dag niet van bewust vanwege het licht van de zon.

Of het nu in het gewone leven is of in tijden van een ramp, spelen vrouwen een cruciale rol doordat ze netwerken van onderlinge steun opzetten binnen plaatselijke gemeenschappen. Dat is de reden dat het laten horen van hun stem bij elke stap in het proces van het vormgeven aan maatregelen voor rampenbeheer – zowel in het geval van geofysische rampen als aardbevingen als van extreme weersomstandigheden – de beslissende factor is voor het creëren van gemeenschappen die veerkrachtig zijn bij een ramp.

Dit jaar, 2020, is het 25 jaar geleden dat de Verklaring met het Actieprogramma van Beijing is aangenomen. Deze is op de Vierde wereldconferentie voor vrouwen in Beijing opgesteld en geeft duidelijke richtlijnen aan voor het bereiken van gendergelijkheid. In de verklaring staat:

Het steunen van vrouwen en het bereiken van gelijkheid tussen vrouwen en mannen zijn een zaak van mensenrechten en een voorwaarde voor sociale gerechtigheid en zou niet enkel en alleen moeten worden gezien als een kwestie die vrouwen betreft. Het is de enige manier om een duurzame, rechtvaardige en ontwikkelde samenleving op te bouwen.[84]

De spirit van gendergelijkheid is ook cruciaal op het gebied van rampenrisicovermindering. Of het nu in verband met DRR of met extreme weersomstandigheden ten gevolge van klimaatverandering is, maatregelen voor het versterken van de veerkracht moeten verder gaan dan het verbeteren van harde infrastructuur. Daarom heb ik sterk het gevoel dat we niet alleen moeten streven naar de zekerheid dat gendergelijkheid een realiteit wordt, maar als we werken aan het opbouwen van veerkracht in de gemeenschap ook prioriteit geven aan mensen die vaak over het hoofd worden gezien en in het dagelijks leven aan hun lot worden overgelaten.

Door de jaren heen heeft de SGI als een op geloof gebaseerde organisatie regelmatig internationale conferenties over DRR bijgewoond, waaronder het Mondiale Forum, en zich daarbij ook beziggehouden met noodhulp en hersteloperaties in tijden van een ramp. In 2017 was de SGI medeorganisator van een evenement tijdens het Mondiale Forum (GP 2017) in Cancun, Mexico; de titel ervan was “Plaatselijk geregelde rampenrisicovermindering door op geloof gebaseerde organisaties (FBO’s) – het implementeren van het Sendai-Raamwerk.” Op deze bijeenkomst heeft de SGI een gezamenlijke verklaring uitgegeven met christelijke, islamitische en andere FBO-partners,[85] en een soortgelijke verklaring werd gegeven op het GP 2019 in Genève.[86]

In maart 2018 heeft de SGI samen met vier andere FBO’s de Asia Pacific Faith-Based Coalition for Sustainable Development (APFC) (Op geloof gebaseerde coalitie voor duurzame ontwikkeling van Azië en de Stille Oceaan) gevormd, en in juli hebben de vijf leden van de APFC een gezamenlijke verklaring overhandigd op de Ministersconferentie van Azië over rampenrisicovermindering, gehouden in Ulaanbaatar, Mongolië. De verklaring bevat onder andere de volgende gemeenschappelijke beslissing: 

Centraal in de missie van FBO’s staat de bereidheid om de oorzaken van kwetsbaarheden bij de wortel aan te pakken en hoop en een gevoel van welzijn te bieden aan gemeenschappen aan de rand van de samenleving. (…)

Op geloof gebaseerde groeperingen spelen een cruciale rol bij het lokaliseren van risicovermindering, het opbouwen van veerkracht en humanitaire actie.[87]

De SGI deelt deze instelling met de leden van FBO’s en zal inspanningen blijven ondersteunen voor het verhogen van de veerkracht, hiertoe aangezet door de visie van een inclusieve samenleving waarin de waardigheid van alle mensen wordt gerespecteerd.

Onderwijs voor kinderen tijdens een crisis

Het laatste van mijn vier voorstellen gaat over het geven van meer steun aan kinderen en jonge mensen die geen gebruik kunnen maken van onderwijsmogelijkheden vanwege een gewapend conflict of natuurrampen. Ik denk dat het beschermen van de mensenrechten en de toekomstige ontwikkeling van de volgende generatie de hoeksteen is van het creëren van een duurzame mondiale samenleving.

In september dit jaar is het dertig jaar geleden dat het Verdrag inzake de rechten van het kind van kracht is geworden. Met 196 staten die lid zijn van het verdrag – een aantal dat groter is dan het aantal leden van de VN – is het het meest uitgebreide geratificeerde verdrag inzake universele mensenrechten. In het verdrag staat de bepaling dat regeringen de plicht hebben om het recht van alle kinderen op onderwijs zeker te stellen, en het is zeker zo dat het percentage kinderen op basisschoolleeftijd die niet naar school gaan, is afgenomen van rond de 20 procent in 1990 naar minder dan 10 procent in 2019.[88] Ondanks deze vooruitgang ondervinden miljoenen kinderen en jonge mensen in landen die getroffen zijn door conflicten en rampen, nog steeds een ernstig gebrek aan onderwijsmogelijkheden.

In Jemen, een land dat geteisterd wordt door langdurige conflicten, krijgen 2,4 miljoen kinderen geen onderwijs.[89] De infrastructuur van scholen is geraakt en zwaar beschadigd en schoolgebouwen worden gebruikt als militaire bases of schuilplaatsen voor burgers. In Bangladesh, dat herhaaldelijk is getroffen door milieurampen die verergerd zijn door de klimaatcrisis, is een groot aantal families tot armoede gebracht of van huis en haard verdreven. In deze situatie zijn er zorgen om de gezondheid van kinderen en een groeiend aantal heeft geen toegang tot onderwijs.

Wereldwijd hebben meer dan 104 miljoen kinderen en jongeren op dit moment geen toegang tot onderwijs ten gevolge van conflicten en rampen.[90] Maar minder dan 2 procent van humanitaire fondsen wordt hiervoor gebruikt.[91] Bij hulpacties is er gewoonlijk minder aandacht voor onderwijs dan voor  voedsel en geneesmiddelen, nodig voor overleving. En zelfs nadat de herstelfase is begonnen, is onderwijs altijd al een van de laatste aandachtsgebieden geweest. Het VN Kinderfonds (UNICEF) benadrukt de rol van scholen in het bieden van een belangrijke plek voor het weer opnemen van hun dagelijks leven. Wanneer kinderen weer tijd kunnen doorbrengen met vrienden op school, ervaren ze dit als psychologische steun voor het begin van herstel van de traumatische ervaringen van opgroeien in een conflict- of rampgebied.

De Humanitaire Wereldtop   In 2016 heeft de toenmalige secretaris-generaal van de Verenigde Naties Ban Ki-moon opgeroepen tot de allereerste Humanitaire Wereldtop, te houden in Istanbul, Turkije. Het doel was het hervormen van mondiale humanitaire hulp inspanningen op een fundamenteel niveau door het opbouwen van een inclusiever en meer divers systeem voor het op een effectievere manier aanpakken van huidige crises. Op de Top kwamen 9000 deelnemers bijeen die 180 lidstaten vertegenwoordigden, waaronder 55 staatshoofden en regeringsleiders, honderden deelnemers uit de burgermaatschappij, non-gouvernementele en op geloof gebaseerde organisaties, en uit de private sector en de academische wereld.

Tegen deze achtergrond is Education Cannot Wait (ECW) een nieuw mondiaal fonds dat in 2016 op de Humanitaire Wereldtop, met UNICEF als gastheer, is opgericht. Het is het eerste initiatief van deze aard dat is gewijd aan onderwijs in noodsituaties en langdurige crises. In totaal heeft ECW al meer dan 1,9 miljoen kinderen bereikt die in humanitaire noodsituaties geen kant op konden, en heeft hun educatieve mogelijkheden geboden.[92]

Dit creëert voor jonge mensen die getroffen worden door een crisis een basis voor het herwinnen van een gevoel van veiligheid en hoop wanneer ze, met dromen in hun hart, verder blijven gaan op weg naar de toekomst. Het fonds heeft ook de functie van een vitale hulpbron omdat het vrede en stabiliteit brengt in de gemeenschap en de samenleving.

ECW-directeur Yasmine Sherif legt het zo uit:

“Hoe is het mogelijk een sociaaleconomische levensvatbare samenleving op te bouwen als de burgers en vluchtelingen in die samenleving niet kunnen lezen of schrijven, niet kritisch kunnen denken, geen docenten hebben, geen juristen, geen artsen. (…)

Onderwijs is de sleutel tot het bevorderen van vrede, tolerantie en wederzijds respect; als meisjes en jongens gelijke toegang hebben tot onderwijs, vermindert dit de kans op geweld en conflict met 37 procent.[93]

Een van de SDG’s is het doel van het verzekeren dat alle meisjes en jongens volledig kwaliteitsonderwijs krijgen. Het is onaanvaardbaar toe te staan dat kinderen en jonge mensen die in landen wonen die worden geteisterd door conflicten of rampen, aan hun lot worden overgelaten en een “verloren generatie” worden.”

In 2016, het jaar waarin ECW werd opgericht, schatte men dat er jaarlijks 8,5 miljard US$ nodig zou zijn om een basiseducatie pakket te geven aan de ongeveer 75 miljoen kinderen die te lijden hadden onder dergelijke crises, wat neerkwam op 113 US$ per kind per jaar.[94] Het aantal kinderen in nood is sindsdien toegenomen tot 104 miljoen,[95] maar het is duidelijk dat het geven van een andere bestemming aan zelfs een klein deel van de militaire uitgaven wereldwijd, die op 1,8 biljoen US$ worden geschat,[96] voldoende zou zijn voor het geven van internationale steun voor het soort onderwijs dat miljoenen jongeren die onder uiterst moeilijke omstandigheden leven in staat zou stellen een hoopvolle stap vooruit te doen in hun leven.

Ik dring er bij de internationale gemeenschap op aan de financiële basis van ECW te versterken om de onderwijsvoorziening bij noodsituaties te vergroten. Door dit te doen zal een belangrijke bijdrage worden geleverd aan het creëren van een duurzame mondiale samenleving waarin iedereen met waardigheid en in veiligheid kan leven.

In mijn vredesvoorstel van 2009 heb ik opgeroepen tot het uitbreiden van innovatieve financieringsmechanismen zoals internationale solidariteitsheffingen voor het versnellen van het proces van het bereiken van de VN Millennium ontwikkelingsdoelen. Wanneer we onze blik richten op het bereiken van de doelen van de opvolger hiervan – de SDG’s – zien we de noodzaak voor het verdubbelen van onze inspanningen. Het is nu tijd om aanvullende maatregelen te onderzoeken voor het verwerven van meer fondsen voor dit doel. Met inbegrip van het instellen van een internationale solidariteitsheffing bestemd voor onderwijs.

De solidariteitsheffing op vliegtickets die nu wordt toegepast in Frankrijk en andere landen wordt gebruikt als een bron van internationale fondsen voor het ondersteunen van mensen in ontwikkelingslanden die gebukt gaan onder infectieziekten als HIV/aids, tuberculose en malaria. Andere voorbeelden van innovatieve financieringsstructuren zijn onder andere UNITLIFE, dat vijf jaar geleden is opgezet voor het bestrijden van chronische ondervoeding van kinderen.

Op de G7 Ministeriële Ontwikkelingstop van juli in Japan – dat verleden jaar voorzitter was van de Leidende groep voor innovatieve financiering bestemd voor ontwikkelingsdoelen – werd de noodzaak besproken van innovatieve financieringsmethodes als internationale solidariteitsheffingen om zo krediet te kunnen verlenen aan ontwikkelingsinspanningen.

In samenwerking met UNICEF heeft Japan een belangrijke rol gehad in het uitdelen van lesboeken aan 100.000 basisschoolleerlingen en het geven van schoolspullen en schooltassen aan 62.000 kinderen in het door oorlog verwoeste Syrië.[97]

In gebieden in Afghanistan waar gebrek was aan humanitaire hulp heeft Japan de bouw van zeventig scholen bekostigd waardoor 50.000 kinderen kunnen leren in een geschikte leeromgeving.[98] Ik wil er bij Japan op aandringen om zijn rijke ervaring in het ondersteunen van educatieve ontwikkeling in overzeese gebieden te gebruiken door een actieve rol op zich te nemen in het versterken van de financiële basis van ECW, en de discussie te leiden over het samenstellen van nieuwe platforms die de beschikbaarheid van internationale solidariteitsfondsen voor onderwijs kunnen vergroten.

Hier wil ik graag een voorbeeld met u delen van de UNHCR, het VN-vluchtelingenagentschap, van de hoop die aan ontheemde families kan worden gegeven als ze toegang kunnen krijgen tot onderwijs op de plaats waar ze naartoe zijn gevlucht. Een jonge moeder en haar twee kinderen waren gedwongen uit Nicaragua weg te vluchten vanwege grote sociale en politieke onrust. Haar beslissing om haar zoon en dochter weg te halen van school en mee te nemen naar het naburige Costa Rica was hartverscheurend, maar de gevaren die boven hun hoofd hingen lieten haar geen keus. Zelfs het ophalen van de cijfers en certificaten van de kinderen was vol gevaar en het gezin slaagde er maar nauwelijks in het land te verlaten met alleen een kleine koffer voor hen allemaal. Waar de moeder zich het meest zorgen over maakte was of haar kinderen in hun nieuwe land naar school zouden kunnen gaan.

Gelukkig ontdekte ze dat basisonderwijs in Costa Rica gratis is en gegarandeerd voor alle kinderen. Verder hebben veel scholen in het noorden van het land een manier gezocht om tegemoet te komen aan de behoeften van ontheemde families door hun toelatingseisen te vereenvoudigen en kinderen zonder officiële documenten te registreren. Aangezien veel van deze kinderen een tijdje geen onderwijs hadden genoten, gaf een aantal scholen extra lessen om ze te helpen dit in te halen. Dankzij dit systeem konden haar kinderen weer naar school gaan.

Haar zoon van veertien zei hoe gelukkig hij was om weer te kunnen studeren en hij deelde zijn droom om op een dag arts te worden. Hij en zijn jongere zusje van tien lopen nu elke dag samen blij hand in hand naar school. Een docent van hun school legde uit dat het zijn doel is kinderen die gedwongen waren hun vaderland te verlaten, te helpen zich binnen de muren van de school “thuis te voelen.”[99]

Achter het ontstellende aantal van 104 miljoen kinderen op schoolleeftijd die geen toegang hebben tot onderwijs vanwege humanitaire noodsituaties, zitten individuen met een eigen levensverhaal. Door gelijke toegang tot onderwijs voor deze kinderen zeker te stellen, zullen ze weer hoop krijgen en verder kunnen gaan op weg naar hun doelen in het leven.

Onderwijs is – naast vrede en cultuur – een van de drie pilaren die het centrale punt vormen in de maatschappelijk betrokken activiteiten van de SGI in 192 landen en gebieden. Deze activiteiten zijn gericht op het bevorderen van empowerment van, door en voor de mensen.

De beweegredenen voor onze beweging worden veelzeggend gesymboliseerd door een afbeelding op de omslag van Soka kyoikugaku taikei (Het systeem van waarde-creërend onderwijs) dat 90 jaar geleden, op 18 november 1930, is gepubliceerd door de twee oprichters en eerste presidenten van de Soka Gakkai Tsunesaburo Makiguchi en Josei Toda, twee pedagogen die een leermeester-leerling relatie hadden. De afbeelding laat een olielamp zien die met haar licht de omringende duisternis verdrijft.

Wanneer de samenleving te kampen heeft met ontreddering of allerlei dreigingen zijn het altijd de kinderen en jonge mensen die het het zwaarst te verduren hebben. Omdat hij diep gekweld werd bij het zien van dergelijke toestanden, wijdde Makiguchi zijn leven aan basisonderwijs, de frontlinie van het onderwijs. Terwijl hij zich met heel zijn wezen inzette voor het ontsteken van het licht van hoop in het hart van zijn jonge leerlingen, ging hij door met zijn onderzoek naar methodes van menselijk onderwijs die mensen zouden helpen hun capaciteiten te ontplooien voor het creëren van geluk. Zijn inspanningen bereikten een hoogtepunt in het hiervoor genoemde boek “Het systeem van waarde-creërend onderwijs.

Makiguchi was in de dertig tijdens de oorlog tussen Rusland en Japan (1904-05) en hij werkte hard aan het bevorderen van onderwijs voor meisjes en vrouwen, een terrein waarop Japan behoorlijk achter liep. Veel families hadden financiële problemen omdat ze als gevolg van de oorlog vaak hun belangrijkste kostwinner waren kwijtgeraakt, bijvoorbeeld door zijn overlijden, verwondingen of ziekte. In een reactie op hun benarde toestand ging hij een onderwijs-ondersteuningsprogramma gebruiken waarbij leerlingen uit dergelijke families ofwel volledig waren vrijgesteld van het lesgeld of 50% korting kregen.

Toen hij in de veertig was bekleedde hij de functie van hoofd van een basisschool die speciaal was opgericht voor kansarme gezinnen. In die tijd bezocht hij kinderen die ziek waren geworden en hielp hij met de zorg voor hen, en hij regelde schoolmaaltijden voor ondervoede kinderen. De reden dat Makiguchi zich zo hard inspande voor het ondersteunen van zijn leerlingen is ongetwijfeld terug te voeren naar zijn eigen heftige ervaring van geen toegang hebben tot onderwijs vanwege familieomstandigheden.

En toen hij in de vijftig was verwoestte de Grote Aardbeving van Kanto in 1923 het hoofdstedelijke gebied van Tokio. Veel kinderen waren gedwongen naar nieuwe scholen te gaan en hij heette ze welkom op de school waarvan hij directeur was en gaf hun de noodzakelijke schoolspullen. Hij was zo bezorgd om het welzijn en de verblijfplaats van zijn vroegere leerlingen dat hij in de buurt van de scholen waar hij daarvoor had gewerkt, rondliep om er zeker van te zijn dat ze veilig waren.

Zo heeft ook Josei Toda, Makiguchi’s naaste leerling, onder de beperkingen die golden in oorlogstijd, 35 afleveringen van educatieve tijdschriften voor kinderen gepubliceerd tussen 1940 en 1942. Zijn oprechte wens voor het geluk en welzijn van kinderen werd nooit minder sterk, zelfs niet nadat hij samen met Makiguchi gevangen was gezet op de aanklacht van het schenden van wetten die waren opgelegd door de militaire regering, bedoeld om de vrijheid van denken te beperken. Makiguchi stierf in de gevangenis.

Toda bleef onverschrokken tijdens zijn twee jaar durende gevangenschap die net een maand voor het einde van de Tweede Wereldoorlog werd beëindigd. Bij zijn vrijlating was het eerste dat hij deed het opzetten van een schriftelijke cursus voor kinderen. Nu veel scholen niet volledig functioneerden in de chaotische nadagen van de oorlog, streefde hij ernaar te zorgen dat de onderwijsmogelijkheden ononderbroken bleven bestaan.

Deze geschiedenis laat duidelijk zien dat in het hart van de twee oprichters en eerste presidenten van de Soka Gakkai de vurige beslissing leefde om het licht van onderwijs brandend te houden voor alle kinderen, ongeacht hun omstandigheden. De verschijningsdatum van “Het systeem van waarde-creërend onderwijs” wordt gevierd als de oprichtingsdag van de Soka Gakkai en ik denk dat de illustratie van de olielamp op de omslag hun gelofte voor actie belichaamt. Zoals de olielamp zo toepasselijk aangeeft, vereist de vlam van educatie voortdurend verzorging. Het licht wordt brandend gehouden door mensen die hun passie eraan geven en door de steun van de samenleving voor hun inspanningen.

Bij het dragen van de fakkel die aan mij is overgedragen door mijn voorgangers Makiguchi en Toda heb ik een netwerk opgezet van onderwijsinstellingen in diverse landen, waaronder de Soka middelbare- en hogescholen in Tokio en Osaka, de Soka Universiteit in Japan en in Amerika, en ook Soka scholen in Brazilië. Ik heb ook deelgenomen aan dialogen met onderwijskundigen van over de hele wereld en me meer dan een halve eeuw ingezet voor het opbouwen van een samenleving die is toegewijd aan het voorzien in de behoeften van onderwijs, een samenleving die de waardigheid en het geluk van kinderen verzekert, voor nu en voor de toekomst.

Strevend naar het bewustmaken van mensen van het belang van het opbouwen van een samenleving die voorziet in de behoeften van onderwijs, is de SGI toegewijd aan het bevorderen van empowerment van, door en voor de mensen, voor het aanpakken van de klimaatcrisis en andere mondiale problemen, met een steeds grotere stuwkracht van menselijke solidariteit.

 

 

 

Lijst van geciteerde werken

ACT Alliance, et al. 2019. “Joint Faith-Based Organizations (FBOs) Statement for the Global Platform for Disaster Risk Reduction (GPDRR).” May  13–17. https://actalliance.org /wp-content/uploads/2019/05/Joint-FBOs-Statement-for-GPDRR-FINAL-with-   logo-17052019.pdf

American Presidency Project. 1985. “Joint Soviet-United States Statement on the Summit Meeting in Geneva.” November 21.   https://www.presidency.ucsb.edu/documents/joint-soviet-united-states-statement-the-summit-meeting-geneva    

APFC (Asia Pacific Faith-Based Coalition for Sustainable Development). 2018. “Joint Faith Based Organizations’ (FBOs) Statement for the 2018 Asian Ministerial Conference on Disaster Risk Reduction.” July 3–6. https://www.unisdr.org /files/  globalplatform/amcdrr2018officialstatementjointfbo[1].pdf

Banerjee, Abhijit V., and Esther Duflo. 2011. Poor Economics: A Radical Rethinking of the Way to Fight Global Poverty. New York: PublicAffairs. (Arm en Kansrijk: een nieuwe visie op het bestrijden van armoede. Uitg. Nieuw-Amsterdam.)

Club of Rome and Potsdam Institute for Climate Impact Research. 2019. “Planetary Emergency Plan: Securing a New Deal for People, Nature and Climate.” September 23. https://www.clubofrome.org /wp-content/uploads/2019/09/  PlanetaryEmergencyPlan_CoR-4.pdf

Datan, Merav, and Jürgen Scheffran. 2019. “The Treaty is Out of the Bottle: The Power and Logic of Nuclear Disarmament.” Journal for Peace and Nuclear Disarmament 2, issue 1 (2019), 114–32. https://doi.org /10.1080/25751654.2019.1584942.

ECW (Education Cannot Wait). 2016. “75 Million Crisis-affected Children are in Urgent Need of Education Support.” https://www.  educationcannotwait.org /the-situation/

———. 2019. “Results Dashboard.” December 3. https://s30755.pcdn.co/wp-content/uploads/2019/12/ECW_Dashboard-Map-3-   Dec-2019.pdf

Federal Foreign Office of Germany. 2019. “Political Declaration: Conference ‘2019. Capturing Technology. Rethinking Arms Control.’” March 15. Berlin, Germany. https://rethinkingarmscontrol.de/wp-content/uploads/2019/03/2019.-Capturing-   Technology.Rethinking-Arms-Control_-Political-Declaration.pdf 

Figueres, Christiana. 2019. “Datsu tansoka eno itsutsu no gensoku” [Five Principles for Reducing Carbon]. Seikyo Shimbun. April 4, 2019. Page 2.

Future Earth. 2017. “Global Carbon Dioxide Emissions Set to Rise After Three Stable Years.” News release. November 13. https://  www.globalcarbonproject.org /carbonbudget/archive/2017/International_FutureEarth_GCPBudget2017.pdf   

GFDRR (Global Facility for Disaster Reduction and Recovery). 2019. “WRC4: Disaster Recovery for Persons with Disabilities.” Interview with Dr. Edward (Eddie) Ndopu. May 31. https://www.youtube.com/watch?v=18ZoLIVqzB4

Global Climate Strike. 2019. “7.6 Million People Demand Action After Week of Climate Strikes.” September 28.

Global Covenant of Mayors for Climate & Energy. 2020. “About Us.” https://www.globalcovenantofmayors.org /about/

Global Platform. 2017. “Public Joint Statement of Faith-based Organizations to GP2017.” May 23.

https://actalliance.org/wp-content/uploads/2017/05/170523-Interfaith-FBO-statement-Global-Platform-for-DRR-Final.pdf

GPE (Global Partnership for Education) Secretariat. 2019. “Going Back to School in Yemen.” January 7.

 https://www.globalpartnership.org /blog /going-back-school-yemen  

Guterres, António. 2018. “Remarks at the University of Geneva on the Launch of the Disarmament Agenda.” May 24. https://www.  un.org /sg /en/content/sg /speeches/2018-05-24/launch-disarmament-agenda-remarks

———. 2018. “Securing Our Common Future: An Agenda for Disarmament.”

https://front.un-arm.org /documents/SG+disarmament+agenda_1.pdf

———. 2018. “Remarks on Climate Change.” September 10.

 https://www.un.org /sg /en/content/sg /speeches/2018-09-10/remarks-climate-change

———. 2019. “Secretary-General’s Remarks at Closing of Climate Action Summit.” September 23.

https://www.un.org /sg /en/  content/sg /statement/2019-09-23/secretary-generals-remarks-closing-of-climate-action-summit-delivered   

———. 2019. “Address to the 74th Session of the UN General Assembly.” September 24. https://www.un.org /sg /en/content/sg /  speeches/2019-09-24/address-74th-general-assembly

———. 2020. “Remarks to the General Assembly on the Secretary-General’s Priorities for 2020.” January 22. https://www.un.org /  sg /en/content/sg /speeches/2020-01-22/remarks-general-assembly-priorities-for-2020

Hammarskjöld, Dag. 1960. “Remarks at United Nations Day Concert.” October 24. https://www.un.org /Depts/dhl/dag /   undayconcert.htm

ICAN (International Campaign to Abolish Nuclear Weapons). 2020. “ICAN Cities Appeal.” https://cities.icanw.org /list_of_cities

ICCPR (International Covenant on Civil and Political Rights). 2018. “General Comment No. 36 (2018) on Article 6 of the International Covenant on Civil and Political Rights, on the Right to Life.” Human Rights Committee. October 30. CCPR/C/ GC/36.   https://tbinternet.ohchr.org /Treaties/CCPR/Shared%20Documents/1_Global/CCPR_C_GC_36_8785_E.pdf

ICDSI (Independent Commission on Disarmament and Security Issues). 1982. Common Security: A Blueprint For Survival. New York: Simon & Schuster.

IISD (International Institute for Sustainable Development). 2019. “Summary of the Sixth Session of the Global Platform on Disaster Risk Reduction.” UNDRR Bulletin 141, number 17 (May 20, 2019). https://enb.iisd.org /undrr/globalplatform/2019/html/

enbplus141num17e.html

Ikeda, Daisaku. 1988–2015. Ikeda Daisaku zenshu [The Complete Works of Daisaku Ikeda]. 150 vols. Tokyo: Seikyo Shimbunsha.

———, and Elise Boulding. 2010. Into Full Flower: Making Peace Cultures Happen. Cambridge, Massachusetts: Dialogue Path Press.

———, and Anwarul K. Chowdhury. 2020. Creating the Culture of Peace: A Clarion Call for Individual and Collective Transformation.

London: I.B. Tauris.

———, and Aurelio Peccei. 2009. Before It Is Too Late: A Dialogue. London: I.B. Tauris.

IMF (International Monetary Fund). 2019. “Real GDP Growth.”

https://www.imf.org /external/datamapper/NGDP_RPCH@WEO/ WEOWORLD

IPCC (Intergovernmental Panel on Climate Change). 2018. “Summary for Policymakers” in Special Report: Global Warming of 1.5°C.  https://www.ipcc.ch/sr15/chapter/spm/

IPS (Inter Press Service). 2019. “World’s Spreading Humanitarian Crises Leave Millions of Children Without Schools or Education.” By Thalif Deen. October 24. http://www.ipsnews.net/2019/10/worlds-spreading-humanitarian-crises-leave-millions-  children-without-schools-education/

Jaspers, Karl. 1962. Socrates, Buddha, Confucius, Jesus: The Paradigmatic Individuals. Trans. by Ralph Manheim. San Diego, New York and London: Harcourt Brace & Co.

Kennedy, John F. 1963. “Commencement Address at American University, Washington, D.C.” June 10. https://www.jfklibrary.org /archives/other-resources/john-f-kennedy-speeches/american-university-19630610

Makiguchi, Tsunesaburo. 1981–97. Makiguchi Tsunesaburo zenshu [The Complete Works of Tsunesaburo Makiguchi]. 10 vols.

Tokyo:  Daisan Bunmei-sha.

MOFA (Ministry of Foreign Affairs) of Japan. 2016. Official Development Assistance (ODA): “Bannin no tame no shitsu no takai kyoiku: Nihon no torikumi” [Quality Education for All: Japanese Initiatives]. August 9. https://www.mofa.go.jp/mofaj/gaiko/  oda/bunya/education/initiative.html

Nakamitsu, Izumi. 2018. “Keynote Speech.” Second Comprehensive Nuclear-Test-Ban Treaty Science Diplomacy Symposium, High Level Session, Vienna, May 25, 2018. https://s3.amazonaws.com/unoda-web/wp-content/uploads/2018/05/HR-Keynote-  CTBT-Science-Diplomacy-Session.pdf

Nakamura, Hajime. 1984. Budda no kotoba: Suttanipata [Words of the Buddha: Suttanipāta]. Tokyo: Iwanami Shoten.

———. 2003. Shakuson no shogai [The Life of Shakyamuni]. Tokyo: Heibonsha.

Nichiren. 2004. The Record of the Orally Transmitted Teachings. Trans. by Burton Watson. Tokyo: Soka Gakkai.

Norwegian People’s Aid. 2019. “Nuclear Weapons Ban Monitor 2019: Tracking Progress towards a World Free of Nuclear Weapons.” October. https://banmonitor.org /files/Nuclear_Weapons_Ban_Monitor_2019.pdf

Oxfam International. 2019. “Climate Fuelled Disasters Number One Driver of Internal Displacement Globally Forcing More Than 20 Million People a Year from Their Homes.” Press release. December 2.

https://www.oxfam.org /en/press-releases/forced-   from-home-eng

Peccei, Aurelio. 1977. The Human Quality. Oxford: Pergamon Press.

———. 1981. One Hundred Pages for the Future: Reflections of the President of The Club of Rome. Oxford: Pergamon Press.

Plant for the Planet. 2020. “Trillion Tree Campaign.” https://www.trilliontreecampaign.org /faq

Reagan, Ronald. 1990. An American Life: The Autobiography. New York: Simon and Schuster.

Reuters. 2019. “Risk of Nuclear War Now Highest Since WW2, UN Arms Research Chief Says.” By Tom Miles. May 22. https://  www.reuters.com/article/us-un-nuclear/risk-of-nuclear-war-now-highest-since-ww2-u-n-arms-research-chief-says-  idUSKCN1SR24H

Saint-Exupéry, Antoine de. 1992. Wind, Sand and Stars. Trans. by Lewis Galantière. Orlando, Austin, New York, San Diego and London: Harcourt, Inc.

Schnall, Marianne. 2008. “Conversation with Wangari Maathai.” December 9. https://www.feminist.com/resources/artspeech/  interviews/wangarimaathai.html

Science Focus. 2019. “Christiana Figueres on Climate Change: ‘Net Zero Carbon is Our Only Option.’” Interview by Jason Goodyer.

BBC Science Focus Magazine, October 2. https://www.sciencefocus.com/planet-earth/christiana-figueres-on-climate-change-net-zero-carbon-is-our-only-option/

SDG Summit 2019. 2019. “Summary of the President of the General Assembly.” The UN High-level Political Forum on Sustainable Development, under the auspices of the General Assembly (SDG Summit), September 24–25. https://  sustainabledevelopment.un.org /content/documents/25200SDG_Summary.pdf 

SIPRI (Stockholm International Peace Research Institute). 2019. “World Military Expenditure Grows to $1.8 Trillion in 2018.” Press release. April 29.

 https://www.sipri.org /media/press-release/2019/world-military-expenditure-grows-18-trillion-2018

———. 2019. The Impact of Artificial Intelligence on Strategic Stability and Nuclear Risk, Volume 1: Euro-Atlantic Perspectives. Edited by Vincent Boulanin. May.

https://www.sipri.org /sites/default/files/2019-05/sipri1905-ai-strategic-stability-nuclear-risk.pdf

Soka Gakkai Youth Division, ed. 2017. Hiroshima and Nagasaki: That We Never Forget. Tokyo: Daisanbunmei-sha.

Thunberg, Greta. 2019. “Greta Thunberg UN Speech at COP25 in Full.” Transcript. December 11. https://www.express.co.uk/news/science/1216452/Greta-Thunberg-UN-speech-full-COP25-Greta-Thunberg-speech-transcript-climate-change    

Toda, Josei. 1981–90. Toda Josei zenshu [The Complete Works of Josei Toda]. 9 vols. Tokyo: Seikyo Shimbunsha.

Toda Peace Institute. 2019. “Climate Change, Migration and Land in Oceania.” Policy Brief No. 37, by John R. Campbell. April.  

https://toda.org /assets/files/resources/policy-briefs/t-pb-37_john-campbell_climate-change-migration-and-land-in-   oceania.pdf

UN (United Nations). 2017. The Ocean Conference. “Factsheet: People and Oceans.” https://www.un.org /  sustainabledevelopment/wp-content/uploads/2017/05/Ocean-fact-sheet-package.pdf 

———. 2019. “Climate Action Summit 2019.” Closing release. September 23. https://www.un.org /en/climatechange/assets/pdf/   CAS_closing_release.pdf

———. 2019. “UN to Launch Biggest-ever Global Conversation on the World’s Future to Mark Its 75th Anniversary in 2020.” October

24. https://www.un.org /en/un75/news-events

———. 2020. Treaty Collection. Status of Treaties. Treaty on the Prohibition of Nuclear Weapons. January 26. https://treaties.   un.org /Pages/ViewDetails.aspx?src=TREATY&mtdsg_no=XXVI-9&chapter=26&clang=_en

———. GA (General Assembly). 1995. “Strengthening the Review Process for the Treaty: Treaty on the Non-Proliferation of Nuclear Weapons.” Draft decision proposed by the President. NPT/CONF.1995/L.4. May 10. https://digitallibrary.un.org /   record/188024

———. ———. 2017. “Treaty on the Prohibition of Nuclear Weapons.” A/CONF.229/2017/8. Adopted by the General Assembly. July 7.   https://undocs.org /A/CONF.229/2017/8

———. ———. 2019. “Political Declaration of the High-level Political Forum on Sustainable Development Convened under the Auspices of the General Assembly.” A/HLPF/2019/L.1. September 24 and 25. https://undocs.org /en/A/HLPF/2019/l.1

———. News Centre. 2019. “At UN, Youth Activists Press for Bold Action on Climate Emergency, Vow to Hold Leaders Accountable at the Ballot Box.” September 21. https://news.un.org /en/story/2019/09/1046962

UNDRR (United Nations Office for Disaster Risk Reduction). 2018. “Bangladesh Joins Cities Campaign En Masse.” July 2. https://  www.undrr.org /news/bangladesh-joins-cities-campaign-en-masse 

———. 2019. “Making Cities Resilient: My City is Getting Ready.” https://www.unisdr.org /campaign/resilientcities/cities

UNEP (United Nations Environment Programme). 2019. “Higher and Further Education Institutions Across the Globe Declare Climate Emergency.” Press release. July 10. https://www.unenvironment.org /news-and-stories/press-release/higher-and-   further-education-institutions-across-globe-declare

UNHCR (The UN Refugee Agency). 2019. “Costa Rican Schools Open Their Doors to Displaced Nicaraguan Children.” By Jean Pierre Mora. July 5. https://www.unhcr.org /news/stories/2019/7/5d1f1e364/costa-rican-schools-open-doors-displaced-   nicaraguan-children.html

UNICEF (United Nations Children’s Fund). 2018. “1 in 3 Children and Young People Is Out of School in Countries Affected by War or Natural Disasters – UNICEF.” Press release. September 18. https://www.unicef.org /press-releases/1-3-children-and-young-   people-out-school-countries-affected-war-or-natural-disasters

———. 2019. For Every Child, Every Right: The Convention on the Rights of the Child at a Crossroads. https://www.unicef.org /   media/62371/file/Convention-rights-child-at-crossroads-2019.pdf

UNODA (United Nations Office for Disarmament Affairs). 2019. “‘Appeal of the Hibakusha’: More Than 10,5 Million Signatures Supporting Call for the Elimination of Nuclear Weapons.” October 18. https://www.un.org /disarmament/update/the-  handover-of-the-appeal-of-the-hibakusha-more-than-105-million-signatures-supporting-call-for-the-elimination-of-   nuclear-weapons/

UN Women. 1995. “Beijing Declaration and Platform for Action.” Fourth World Conference on Women, Beijing, September 4–15, 1995. Outcome document. September 15. https://www.un.org /en/events/pastevents/pdfs/Beijing_Declaration_and_

Platform_for_Action.pdf

———. 2019. “Promoting Women’s Leadership in Disaster Risk Reduction and Resilience.” May 31. https://www.unwomen.org /en/  news/stories/2019/5/news-promoting-womens-leadership-in-disaster-risk-reduction-and-resilience


[1] UN, ‘Climate Action Summit 2019’, (klimaattop 2019).

[2] Guterres, Remarks on Climate Change, (Opmerkingen over klimaatverandering).

[3] Toda Vredesinstituut, Climate Change, Migration and Land in Oceania, (Klimaatverandering, migratie en land in Oceanië), 4.

[4] Saint-Exupéry, Wind, Sand and Stars, (Wind, zand en sterren), 27.

[5] Guterres, ‘Address to the 74th Session of the UN General Assembly’ (Toespraak op de 74e sessie van de Algemene Vergadering van de VN).

[6] Vert. van Makiguchi, Makiguchi Tsunesaburo zenshu, deel 2 (De verzamelde geschriften van Tsunesaburo Makiguchi), 397.

[7] Idem, deel 1, 13.

[8] Idem, deel 2, 399.

[9] Zie IMF, ‘Real GDP Growth.’ (Internationaal Monetair Fonds, ‘Werkelijke groei van het Bruto Binnenlands Product’).

[10] Zie Future Earth, ‘Global Carbon Dioxide Emissions Set to Rise’ (Toekomst van de Aarde, ‘Mondiale uitstoot van koolstofdioxide gaat naar een groei toe).

[11] Zie Banerjee en Duflo, Poor Economics (Arm en Kansrijk), ix.

[12] Idem, 70.

[13] Idem, 138.

[14] Vert. Nakamura, Budda no kotoba (De woorden van de Boeddha), 135-36.

[15] Zie Ikeda en Chowdhury, Creating the Culture of Peace (Het creëren van een cultuur van vrede), 132.

[16] Idem, 140-41.

[17] Vert. Toda, Toda Josei zenshu, deel 4 (De verzamelde geschriften van Josei Toda), 62.

[18] Hammarskjöld, ‘Remarks at United Nations Day Concert’ (Opmerkingen tijdens het concert op de Dag van de Verenigde Naties).

[19] Idem.

[20] IPCC, ‘Summary for Policymakers.’ (Samenvatting voor beleidsmakers)

[21] Ikeda en Boulding, “Into Full Flower,” 92. (Tot volle bloei)

[22] Vert. Nakamura, Shakuson no shogai (Het leven van Boeddha Shakyamuni, 57.

[23] Jaspers, Socrates, Buddha, Confucius, Jesus, 26.

[24] Nichiren, Het verslag van de mondeling overgeleverde leerstellingen, 192.

[25] Idem, 91.

[26] Plant for the Planet, ‘Trillion Tree Campaign’ (Planten voor de planeet, ‘Campagne voor een biljoen -duizend miljard – bomen’).

[27] Guterres, ‘Remarks at Closing of Climate Action Summit’ (Opmerkingen bij het afsluiten van de klimaattop).

[28] Schnall, ‘Conversation with Wangari Maathai’ (Gesprek met Wangari Maathai).

[29] UN, ‘UN to Launch Biggest-ever Global Conversation’ (VN gaat de aanzet geven tot het grootste mondiale gesprek ooit).

[30] Guterres, ‘Remarks to the General Assembly’ (Opmerkingen gericht aan de Algemene Vergadering).

[31] UN News Centre, ‘At UN, Youth Activists Press for Bold Action’ (VN Nieuwscentrum, Bij de VN dringen jonge activisten aan op moedige actie).

[32] Global Climate Strike, ‘7.6 Million People Demand Action’ (Wereldwijde Klimaatstaking, ‘7,6 miljoen mensen eisen actie’).

[33] Science Focus, ‘Christiana Figueres on Climate Change’ (Science Focus, ‘Christiana Figueres over klimaatverandering’).

[34] Vert. Figueres, ‘Datsu tansoka e’ (Op weg naar het verminderen van de uitstoot van CO2).

[35] UNEP, ‘Higher and Further Education Institutions’ (VN Milieuprogramma, ‘Instellingen voor hoger en voortgezet onderwijs’).

[36] Global Covenant of Mayors, ‘About us’ (Over ons).

[37] UN News Centre, ‘At UN, Youth Activists Press for Bold Action’ (VN Nieuwscentrum, Bij de VN dringen jonge activisten aan op moedige actie).

[38] Peccei, One Hundred Pages for the Future (Peccei, Honderd pagina’s voor de toekomst), 178.

[39] Peccei, The Human Quality (De menselijke kwaliteit), 13.

[40] Idem, 67.

[41] Idem, 101.

[42] Ikeda en Peccei, Before it is too late (Voordat het te laat is), 110.

[43] Club van Rome, Planetary Emergency Plan (Noodplan voor onze planeet), 7.

[44] UN GA, Political Declaration of the High-level Political Forum (VN Algemene Vergadering, Politieke verklaring van het Politieke Forum op hoog niveau).

[45] Thunberg, Greta Thunberg UN Speech at COP25 (Greta Thunberg,  toespraak op de VN COP25 conferentie) (COP25: 25e conferentie van de landen die lid zijn van het verdrag).

[46] UN Treaty Collection, ‘Status of Treaties’ (VN Verzameling verdragen, ‘Status van verdragen’).

[47] Reuters, ‘Risk of Nuclear War Now Highest Since WW2’ (Risico van een kernoorlog nu het hoogst sinds de Tweede Wereldoorlog).

[48] UN GA, ‘Treaty on the Prohibition of Nuclear Weapons’ Article 1 (VN Algemene Vergadering, “Verdrag inzake het Verbod op Kernwapens,” Artikel 1).

[49] Guterres, ‘Remarks at the University of Geneva’ (Opmerkingen gemaakt op de Universiteit van Genève).

[50] Datan en Scheffran, The Treaty is Out of the Bottle (De geest van het Verdrag is uit de fles), 130.

[51] Idem.

[52] Norwegian People’s Aid, Nuclear Weapons Ban Monitor (Noorse Hulporganisatie, Rapport over het uitbannen van kernwapens), 4.

[53] ICAN,’ ICAN Cities Appeal’ (ICAN, Oproep van steden).

[54] UNODA, ‘Appeal of the Hibakusha’ (VN Bureau voor ontwapeningszaken, ‘Oproep van de hibakusha’).

[55] ICCPR, ‘General Comment’ paragraph 66. (International Covenant on Civil & Political Rights, Internationaal verdrag inzake burger- en politieke rechten, “Algemene opmerking,” paragraaf 66).

[56] Idem, paragraaf 2.

[57] UN GA, ‘Treaty on the Prohibition of Nuclear Weapons’ (VN Algemene Vergadering, ‘Verdrag inzake het Verbod op Kernwapens’).

[58] Soka Gakkai jeugddivisie van Hiroshima and Nagasaki.

[59] ICDSI, Common Security (International Commission on Disarmament and Security Issues) (Internationale commissie voor ontwapenings- en veiligheidsvraagstukken, Gemeenschappelijke veiligheid), 139.

[60] Vert. Ikeda, Ikeda Daisaku zenshu (De verzamelde werken van Daisaku Ikeda) deel 1, 102.

[61] Reagan, An American Life (Leven in Amerika), 267.

[62] Idem, 595.

[63] American Presidency Project, ‘Joint Soviet-United States Statement’ (APP – non-profit en niet-partijgebonden bron van presidentiële documenten op internet).

[64] Guterres, ‘Securing Our Common Future’ (Het veiligstellen van onze gemeenschappelijke toekomst).

[65] Nakamitsu, ‘Keynote Speech’ (Toespraak over centraal thema).

[66] KI: Kunstmatige intelligentie.

[67] Federal Foreign Office, ‘Political Declaration’ (Ministerie van buitenlandse zaken van de VS, ‘Politieke verklaring’).

[68] UN GA, ‘Strengthening the Review Process’ (VN Algemene Vergadering, ‘Het versterken van de herzieningsprocedure’).

[69] Guterres, ‘Remarks at the University of Geneva’ (Opmerkingen gegeven op de Universiteit van Genève).

[70] SIPRI, ‘The Impact of Artificial Intelligence’ (De impact van Kunstmatige Intelligentie), 23.

[71] Idem, 95.

[72] Idem, 19-20.

[73] Idem, 51.

[74] Kennedy, ‘Commencement Address at American University’ (Toespraak bij promotie aan een Amerikaanse universiteit).

[75] SIPRI, The Impact of Artificial Intelligence (De impact van Kunstmatige Intelligentie), 121.

[76] Oxfam International, ‘Climate Fuelled Disasters’ (Door het klimaat veroorzaakte rampen).

[77] IISD, ‘Summary of the Sixth Session’ (IISD: International Institute for Sustainable Development) (Internationaal Instituut voor duurzame ontwikkeling, ‘Samenvatting van de zesde sessie’).

[78] UNDRR, ‘Making Cities Resilient’.

[79] UNDRR, ‘Bangladesh Joins Cities Campaign’.

[80] UN, The Ocean Conference, “Factsheet.” (VN, De Oceaan Conferentie, ‘Presentatie van gegevens’).

[81] IISD, ‘Summary of the Sixth Session’.

[82] GFDRR, ‘WRC4: Disaster Recovery for Persons with Disabilities’ (Mondiaal partnerschap voor rampenrisicovermindering, ‘World Reconstruction Conference 4: Herstel na een ramp voor mensen met een handicap’).

[83] UN Women, ‘Promoting Women’s Leadership’ (VN Vrouwen, ‘Het bevorderen van leiderschap van vrouwen’.

[84] UN Women, ‘Beijing Declaration and Platform for Action’.

[85] Global Platform, ‘Public Joint Statement of Faith-based Organizations to GP 2017’ (Mondiaal Forum, ‘Algemene gemeenschappelijke verklaring van op geloof gebaseerde organisaties, gericht aan het GP2017’).

[86] ACT Alliance, et al., ‘Joint Faith-Based Organizations (FBOs) Statement’ (Wereldwijde alliantie van kerken en gerelateerde organisaties, ‘Gezamenlijke verklaring van op geloof gebaseerde organisaties’).

[87] APFC (Asia-Pacific Faith-Based Coalition), ‘Joint Faith Based-Organisations’ (FBOs) Statement’.

[88] UNICEF, ‘For Every Child, Every Right’ (Voor elk kind elk recht), 7.

[89] GPE (Global Partnership for Education) Secretariat, ‘Going Back to School in Yemen’ (Secretariaat van het Mondiale partnerschap voor educatie, ‘Terug naar school in Jemen’).

[90] UNICEF, ‘1 in 3 Children’ (1 op de 3 kinderen).

[91] ECW, ‘75 Million Crisis-affected Children’ (‘75 miljoen kinderen die het slachtoffer zijn in een crisis’).

[92] ECW, ‘Results Dashboard’ (Resultaten Overzicht).

[93] IPS (Inter Press Service), ‘World’s Spreading Humanitarian Crises’  (Inter Persdienst, ‘Humanitaire crises die zich over de wereld verspreiden’).

[94] Idem.

[95] UNICEF, ‘1 in 3 Children’ (1 op de 3 kinderen).

[96] SIPRI (Stockholm International Peace Research Institute), ‘World Military Expenditure’ (Militaire uitgaven wereldwijd).

[97] MOFA (Ministry of Foreign Affairs), “Official Development Assistance (ODA).” (Officiële ontwikkelingshulp)

[98] Idem.

[99] UNHCR, ‘Costa Rican Schools’ (Costa Ricaanse scholen).