![]() Tsunesaburo Makiguchi |
Omdat de gemeenschap van Soka Gakkai-leden een steeds internationaler karakter kreeg, werd op 26 januari 1975 op het eiland Guam de Soka Gakkai International (SGI) opgericht. In de daarop volgende jaren breidde de SGI zich in verschillende landen uit en in alle windstreken ontwikkelden zich landelijke organisaties. Deze organisaties hebben hun eigen activiteiten opgezet in overeenstemming met de culturele eigenheid van hun respectieve samenlevingen en vormen nu met elkaar de internationale gemeenschap van de SGI.
De Soka Gakkai werd in 1930 opgericht door een aantal onderwijzers onder de naam Soka Kyoiku Gakkai (Genootschap voor Waardecreërende Opvoeding en Onderwijs). De oprichter van deze groep, Tsunesaburo Makiguchi (1871-1944), was een onderwijzer en schrijver die zich hartstochtelijk toewijdde aan de hervorming van het Japanse onderwijssysteem. Hij vond het belangrijk dat mensen kritisch en onafhankelijk leerden te denken en zocht naar het soort onderwijs waarbij het individu zich geheel en al zou kunnen ontplooien.
Het zwaartepunt in de filosofie van Tsunesaburo Makiguchi ligt in zijn theorie van waarde: de idee dat het creëren van waarde een unieke, menselijke activiteit is en in feite eigen is aan de mens.
Zijn niet-aflatende zoektocht naar de zin van het leven bracht hem uiteindelijk in contact met de leerstellingen van Nichiren Daishonin. Tijdens het bestuderen van deze filosofie kwam hij tot de conclusie dat deze leer mogelijk de geestelijke basis zou kunnen zijn voor het waardecreërend onderwijs dat hem altijd voor ogen had gestaan.
Makiguchi stierf op 18 november 1944 op 73-jarige leeftijd.
In 1928 begon Tsunesaburo Makiguchi dit boeddhisme te beoefenen samen met de jonge onderwijzer Josei Toda (1900-1958). Deze had hij rond 1920 voor het eerst ontmoet en samen richtten zij de Soka Kyoiku Gakkai op. Aanvankelijk werden de leden voornamelijk onder collega’s geworven en men concentreerde zich op raakvlakken tussen boeddhistische beginselen en Tsunesaburo Makiguchi’s theorie van het creëren van waarde.
Japan stevende op dat moment regelrecht af op oorlog en vernietiging, een koers die volkomen indruiste tegen het boeddhistische respect voor het leven. Met het voortduren van de Tweede Wereldoorlog en de steeds kleiner wordende kans op een mogelijke overwinning, verdubbelde de militaristische regering haar inspanningen om elke afwijkende mening in de kiem te smoren. Makiguchi en Toda werden steeds meer onder druk gezet om hun overtuiging te herroepen en de oorlog te steunen. Hun aanhoudende verzet leidde in 1943 tot hun arrestatie en gevangenneming als ‘gedachtemisdadigers’ samen met andere leiders van de Soka Kyoiku Gakkai.
Makiguchi heeft in de gevangenis mishandeling en ontberingen moeten ondergaan, omdat hij zijn overtuiging onder geen enkele voorwaarde wenste op te geven. Hij stierf op 73-jarige leeftijd in de gevangenis van Tokio.
Josei Toda overleefde de beproeving van de gevangenis en werd op 3 juli 1945 vrijgelaten, slechts enkele weken voor de overgave van Japan. De Soka Kyoiku Gakkai was grotendeels uiteengevallen door de onderdrukking die de leden tijdens de oorlog hadden ondervonden. Ondanks zijn verslechterde gezondheid nam Toda onmiddellijk de taak op zich om de organisatie weer op te bouwen.
Deze kreeg de nieuwe naam Soka Gakkai (Organisatie voor het Creëren van Waarde). Deze naam paste beter bij Toda’s beslissing om de levenstaak van de organisatie niet te beperken tot het gebied van onderwijs, maar uit te breiden naar de verbetering van de samenleving als geheel. Onder Toda’s leiding nam de Soka Gakkai snel in omvang toe tot meer dan 750.000 huishoudens op het moment van zijn overlijden in 1958.
Zijn taak werd overgenomen door Daisaku Ikeda die op 3 mei 1960 benoemd werd tot derde president van de Soka Gakkai. Ikeda leerde Josei Toda kennen toen hij 19 jaar oud was en onder diens begeleiding beoefende hij het boeddhisme.
![]() links Ikeda, rechts Toda |
Daisaku Ikeda heeft zich ononderbroken ingezet om de ideeën ten aanzien van vrede, cultuur en onderwijs, waar Toda hem deelgenoot van maakte, in praktijk te brengen.
Op 8 september 1957 legde Toda de verklaring af dat het gebruik van kernwapens onder welke omstandigheden dan ook een misdaad is. Hij riep de jeugd van de wereld op om zich in te zetten voor de afschaffing van deze massavernietigingswapens.
Daisaku Ikeda is deze uitdaging aangegaan en spant zich onvermoeibaar in om de voorwaarden voor een vreedzame wereld te scheppen.
Hij heeft gesprekken gevoerd met academici en intellectuelen uit heel de wereld, te beginnen met de Engelse historicus dr. Arnold Toynbee, met beleidsmakers en politieke leiders als Zhou Enlai, Corazon Aquino, Michail Gorbatsjov en Nelson Mandela. In al zijn geschriften en toespraken spreekt hij over vredeskwesties. Zo biedt hij de Verenigde Naties jaarlijks een vredesvoorstel aan op de Dag van de SGI (26 januari) waarin hij onderwerpen als wereldburgerschap aansnijdt en oproept tot een gezamenlijke inspanning voor een wereld zonder oorlog.
De inspanningen van president Ikeda om Josei Toda’s droom van een vreedzame wereld te verwezenlijken, zijn verder de aanzet geweest tot vergaande initiatieven van de SGI als niet-gouvernementele organisatie (ngo), aangesloten bij de VN. Centraal hierin stonden algemene informatieve programma’s die tot doel hadden door middel van tentoonstellingen, symposia en andere forums de mensen meer bewust te maken van zaken als oorlog en vrede en de haalbaarheid van vreedzame alternatieven.
De SGI ondersteunt verschillende aan de VN gerelateerde activiteiten en staat sedert 1983 ingeschreven als een ngo van de Economische en Sociale Raad (ECOSOC). De Soka Gakkai van Japan is sinds 1981 ngo van het Hoge Commissariaat voor de Vluchtelingen (UNHCR) en neemt als ngo deel aan het VN Ontwikkelingsprogramma (UNDP).
Daisaku Ikeda heeft een aantal instituten opgericht die zich wijden aan vrede en interculturele dialoog, alsook wereldwijde culturele uitwisseling. Zijn grote verdienste op het gebied van onderwijs is het oprichten van het Soka-schoolsysteem dat reikt van kinderopvang tot aan postdoctoraal niveau.